Instituut Blankestijn in HP De Tijd

Schoolgeld

Henk Steenhuis, 9 november 2007

Onze collega Joost Bos was een beetje suf gekletst over de problemen op Nederlandse scholen en over leerlingen met lange messen; hij wilde voor de verandering weleens ergens rondkijken waar geen problemen bestaan, en zo gebeurde het dat hij een week lang op Instituut Blankestijn vertoefde.

Op Blankestijn, de naam zegt het al, krijgt een zeer Hollands publiek het best denkbare onderwijs voorgezet. De klassen zijn bijzonder klein daar aan de Utrechtse gracht, al worden ze in de loop van het studiejaar groter als ouders ontdekken dat hun kinderen dreigen te ontsporen op de school waar ze aanvankelijk zitten. Dan komt het moment dat papa zijn dikke portemonnee trekt en Blankestijn een optie wordt.

Het is ons, ook na grondig speurwerk, niet gelukt iets lelijks over het instituut te schrijven. De klassen zijn – als gezegd – klein, de aandacht van leraren is grenzeloos, er is alle tijd om de stof door te nemen en sommige ouderwetse praktijken, zoals het steeds opnieuw inspecteren van schoolschriften, zijn er nog gangbaar. Goed, je zou kunnen zeggen dat de kosten aan de hoge kant zijn; een jaartje Blankestijn kost al gauw 22.000 euro. Alleen voor de happy few? Ongetwijfeld lijkt dat zo, maar ik zou weleens willen weten wat het zogenaamde gratis onderwijs in Nederland kost.

Volgens de laatste Miljoenennota bedragen de totale rijksuitgaven het komende jaar 168,8 miljard euro. 32,5 miljard, oftewel 19,2 procent daarvan, is bestemd voor onderwijs en wetenschap (en voor een heel klein beetje cultuur). 32,5 miljard euro! Meer dan de helft van ons inkomen gaat naar de fiscus, zo blijkt uit onderzoek. Dus wordt ongeveer een tiende deel (de helft van 19,2 procent) van ons inkomen besteed aan onderwijs. [noot van de redactie: dit bedrag wordt opgebracht door alle belastingbetalers en dus niet slechts door ouders met kinderen in het onderwijs. Als ouders het onderwijs op staatsscholen helemaal zelf moesten betalen, zouden ze dus nog duizenden euro’s duurder uit zijn.] En als iemand kinderen heeft, komt daar nog van alles bij, bijvoorbeeld de dure huiswerkklas waar veel leerlingen in hun vrije tijd bijles krijgen.

Het onderwijs dat in ruil voor deze enorme sommen geld wordt geboden, is onder de maat. Dezer dagen werd De gelukkige klas (1926) van Theo Thijssen via scholen en bibliotheken gratis uitgedeeld, maar het zou me verbazen als de wereld van Thijssen nog altijd te zien is in arme buurten; Kees de jongen is daar allang verdrongen door Ahmed de etterbak.

Misschien zijn er optimisten die denken dat de staat van crisis waarin het onderwijs verkeert snel zal verdwijnen. Maar dat is dan inderdaad de optimistische variant. De komende jaren zullen grote tekorten aan leraren ontstaan, en dat is dan het volgende probleem dat het onderwijs teistert. Want oudere kwesties (heilloze vernieuwingen die hun tol eisen, incompetente leraren, zwarte scholen) blijven daarnaast gewoon bestaan.

Nu zijn er ouders die zich hebben afgewend van het publieke onderwijs; zij gunnen hun kinderen het allerbeste en komen terecht bij privé-instellingen als Luzac of Blankestijn. Het lijkt me in dat geval een tikkeltje overdreven als ze ook nog eens moeten betalen voor het staatsonderwijs. Een korting van tien procent op hun belastingaanslag is dan ook alleszins redelijk.