GAUSSERIE (4)

Column 01.07 A van Ad Blankestijn

In de Oudheid waren, behalve de Zon en de Maan, vijf planeten bekend: Mercurius, Venus, Mars,
Jupiter, Saturnus. Hemellichten die bewogen tegen de achtergrond van de vaste sterren, dus ook
de Zon en de Maan, werden dwaalsterren ofwel planeten genoemd (planhthç “dwaler, zwerver”).
Het verschil tussen ster (die eigen licht uitstraalt) en planeet (die ontvangen licht weerkaatst) was
nog onbekend.
De hierboven vermelde volgorde berust op de snelheden van de hemellichten (de Maan het snelst
en Saturnus het langzaamst). De derde wet van Keppler ‘hoe langzamer, hoe verder’ laat zien dat
dit ook de volgorde is van de afstanden van de planeten tot de Zon. (Die derde wet is van 1619.)
De afstand van de Aarde tot de Zon is per definitie 1 AU (1 Astronomical Unit ≈ 150 miljoen km).

Zodra de afstanden van de planeten tot de Zon bekend werden, begonnen astronomen te zoeken
naar wetmatigheid. Verscheidene geleerden stelden een regel op, die uiteindelijk bekend werd als
de wet van Titius en Bode, hoewel geen van beiden deze wet als eerste heeft ontdekt.

Geef Mercurius 0, Venus 3 en dubbel dan door. Tel 4 op en deel door 10.

Me Ve Aa Ma ? Ju Sa Ur

0 3 6 12 24 48 96 192
4 7 10 16 28 52 100 196
0,4 0,7 1 1,6 2,8 5,2 10 20
(0,39) (0,72) (1,52) (5,20) (9,55) (19,2)

Tussen haakjes staan de moderne waarden, met drie cijfers. Met Mars is er kennelijk iets mis en
tussen Mars en Jupiter lijkt een planeet te ontbreken. De planeet Uranus (in 1781 ontdekt), heeft
een afstand tot de Zon, die niet al te veel afwijkt van de afstand volgens de wet van Titius-Bode.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.