GAUSSERIE (5)

Column 01.07 A van Ad Blankestijn

Op de avond van 1 januari 1801 ontdekte de astronoom Giuseppe Piazzi een onbekend hemellicht
met de telescoop van de sterrenwacht van Palermo op Sicilië. Hij dacht eerst dat het een ster was,
maar de volgende dag bleek het zwakke lichtpunt te zijn verschoven. Geen ster dus. Een komeet ?
Of de ontbrekende planeet tussen de baan van Mars en de baan van Jupiter ?
Aan een goede vriend berichtte hij dat zijn ontdekking misschien een nieuwe planeet betrof, maar
in een verslag aan de gezaghebbende Bode (van de bekende wet) meldde hij alleen de ontdekking
van een komeet.
Maar Bode was ervan overtuigd dat Piazzi een planeet had ontdekt. Na enig geharrewar koos men
de naam Ceres. (Ceres is de Romeinse godin van landbouw en graanoogsten, die vooral op Sicilië
werd vereerd.)

Piazzi had niet iedere nacht de positie van Ceres kunnen bepalen: hij werd herhaaldelijk gehinderd
door bewolking. Bovendien werd de afstand tussen de posities van Ceres en de Zon almaar kleiner
zodat het zwakke licht van Ceres ten slotte door het sterke licht van de Zon werd overheerst.
Uiteindelijk verrichtte Piazzi maar 21 waarnemingen, tot en met 11 februari.

Waar kon Ceres later worden teruggevonden ? De sterrenkundigen stortten zich op dit vraagstuk.
Het schoot niet op totdat Gauss (nog maar 24 jaar oud) zich ermee ging bemoeien. In september
werden de metingen van Piazzi gepubliceerd en in november had hij de baan van Ceres berekend.
Gauss, die onder wiskundigen al een erg grote naam had, werd op slag wereldberoemd toen Ceres
op 31 december 1801 weer werd waargenomen, heel dicht bij de positie die hij had aangegeven.

Het is nooit helemaal duidelijk geworden hoe Gauss het deed. In latere publicaties (1802 en 1809)
doet Gauss verslag van zijn berekeningen. Dan blijkt dat het probleem niet zozeer moeilijk als wel
ingewikkeld is: tachtig variabelen in drie coördinatensystemen. Het is verbazingwekkend dat Gauss
bij de oplossing niet veel meer dan de wiskunde van HBS-B nodig had: algebra, gonio-A.M., stereo.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.