GAUSSERIE (6)

Column 01.07 A van Ad Blankestijn

Na de ontdekking van Ceres in 1801 werden nog drie planeetjes tussen Mars en Jupiter gevonden:
Pallas in 1802, Juno in 1804 en Vesta in 1807. De afstand van Ceres tot de Zon is ongeveer 2,8 AU
wat overeenkomt met de wet van Titius-Bode. De ontbrekende planeet tussen Mars en Jupiter leek
aanvankelijk met Ceres te zijn gevonden.
Maar de andere drie dan ? Pallas 2,8 AU; Juno 2,7 AU; Vesta 2,4 AU. Misschien waren het brokken
van een onbekende planeet, overgebleven na een botsing met een of ander hemellichaam.
Die theorie is overigens verlaten.

In 1845 werd er, na 38 jaar, weer een nieuw planeetje gevonden. Daarna ging het steeds sneller:
betere telescopen, astrofotografie. Inmiddels zijn er honderdduizenden ontdekt.

Vroeger werden ze asteroïden genoemd. Professor Minnaert zei: niet asteroïden, maar planetoïden.
Maar de International Astronomical Union (IAU) gebruikt sinds 2006 een geheel nieuwe benaming:
Small Solar System Bodies (SSSB). Ceres (en onder andere de voormalige negende planeet, Pluto)
vallen in een categorie tussen SSSB en gewone planeten: Dwarf Planets. De diameter van Ceres is
bijna 1000 km (Pluto 2300 km, Mercurius 4900 km, de Maan 3500 km, de Aarde 12800 km).

Vanzelfsprekend zijn er planetoïden vernoemd naar Piazzi (nummer 1000), Gauss (nummer 1001)
en vele andere beroemdheden, ook buiten de wiskunde of de natuurwetenschappen. Voorbeelden:
(het rangnummer staat vóór de naam) 6765 Fibonacci, 2001 Einstein, 4512 Sinuhe, 4266 Waltari,
2597 Arthur, 2598 Merlin, 1814 Bach, 4511 Rembrandt, 9007 James Bond, 17062 Bardot, …

Maar de beroemdste planetoïde is die waarop Le petit prince woonde. Zowel naar deze kleine prins
als naar de schrijver van het gelijknamige boek is een planetoïde genoemd: Petit-Prince (eigenlijk
een maan van 45 Eugenia) en 2578 Saint-Exupéry.
Zoals de meeste planetoïden is Petit-Prince een oliebollig of aardappelig object (diameter: 13 km).


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.