GAUSSERIE (7)

Column 01.07 A van Ad Blankestijn

Dit zou de laatste aflevering van mijn miniserie over Gauss moeten zijn. Het is bijna niet mogelijk
meer tijd aan deze bijzondere geleerde te besteden zonder het schoolprogramma tekort te doen.

De naam Gauss is, meestal terecht, verbonden met uiterst belangrijke wiskundige ontdekkingen.
Een groot aantal van deze ontdekkingen is beschreven in Gauss’ boek Disquisitiones arithmeticae
dat in 1801 uitkwam. Gauss publiceerde weinig, maar wat hij naar buiten bracht, was doordacht:
pauca sed matura (weinig maar rijp) was zijn lijfspreuk. Zijn dagboek werd meer dan twintig jaar
na zijn dood ontdekt en diepgaand onderzocht. Toen bleek dat Gauss de grondslagen had gelegd
voor theorieën die later door anderen werden opgesteld. De niet-euclidische meetkunde is hiervan
een bekend voorbeeld.

De wiskunde van Gauss gaat mijlenver uit boven de schoolwiskunde. Waarmee Gauss bezig was,
is dan ook moeilijk uit te leggen aan leerlingen die nog moeite hebben met elementaire operaties.
Tegemoetkomend aan vragen van de leerlingen naar Gaussjes legde ik, zo nu en dan, iets uit over
een Gaussiaans onderwerp, al was die uitleg oppervlakkig en sterk vereenvoudigd.
Zo vertelde ik in sommige klassen iets over “in de rondte tellen” of over “vreemde” getallen, zoals
priemgetallen of complexe getallen. Soms kwam er iets naar voren wat naar Gauss was genoemd
en ook het lesprogramma kon ondersteunen, zoals het oplossen van een stelsel vergelijkingen.

Toen Gauss ging studeren, in 1795, twijfelde hij nog
Carl Friedrich Gauss tussen klassieke talen en wiskunde. Deze opmerking
maakte professor Freudenthal tijdens een college, en
1777 – 1855 glimlachte even naar mij, wetend dat ook ik twijfelde
(oosterse talen / wiskunde en sterrenkunde).
Princeps mathematicorum Overigens vraag ik mij af welke bijdragen Gauss had
“de vorst der wiskundigen” kunnen leveren aan de vergelijkende taalwetenschap.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.