HET GRIEKSE ALFABET (2)

Column 01.11 A van Ad Blankestijn

De eerste Griekse alfabetten kunnen in westelijke en oostelijke worden verdeeld.* Ons alfabet gaat
op het Latijnse terug, dat nauw verwant is met een westelijk Grieks alfabet. Dat blijkt bijvoorbeeld
uit de klankwaarde van X in het Latijn: /ks/ (in de oostelijke alfabetten: /kh/, vergelijkbaar met die
van c van het Engelse cat). Overigens is /kh/ één spraakklank. Sommige leerboeken noteren /kh/.

Het Attische Grieks (van de streek Attica, hoofdstad Athene) gebruikte de klank /h/ aan het begin
van een woord vóór een klinker: /hals/ “zout”, /hepta/ “zeven”, /hēlios/ “zon”, /hiereus/ “priester”,
/hodos/ “weg”, /hupnos/ “slaap”, /hōrā/ “jaargetijde”. In het Ionische Grieks van de oostelijke kust
van de Egeïsche Zee was deze /h/ al vroeg verstomd. De vrijgekomen oude Ionische letter H kreeg
de nieuwe waarde /ē/ toegewezen (de open lange e, vergelijkbaar met die van het Engelse where).

In het jaar – 403 nam de Atheense regering het prestigieuze Ionische alfabet in gebruik. Een teken
voor /h/ kwam hierin niet voor. De leemte werd opgevuld door de uitvinding van de spiritus asper :
de linkerhelft van H. De ontwikkeling verliep van ├ naar └ en kwam op ‛ uit. De rechterhelft van H
bracht ’ voort, de spiritus lenis. Nogal overbodig gaf deze aan dat het woord niet met /h/ begon.
In handschriften werden die spiritus boven de kleine letter geschreven (het meervoud van spiritus
is ook spiritus, maar dan met een lange u). Overigens: spiritus “adem”, asper “ruw”, lenis “zacht”.

Een spiritus asper is geen hoest, maar een gewone h zoals in haast en een spiritus lenis is zo zacht
dat hij onhoorbaar is. Voorbeelden:

wlç versus qnemoç “wind” wdoç versus qdmh “geur” Het laatste voorbeeld
wpta versus qnnea “negen” wpnoç versus q vilon “kale u” toont dat de spiritus
rlioç versus elektron “barnsteen” rra versus era “zorg” betekenisonderscheid
wereuç versus qpnoç “oven” kunnen aangeven.

*
Sommige Griekse alfabetten vallen buiten deze verdeling, bijvoorbeeld het Kretenzische.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.