HET GRIEKSE ALFABET (5)

Column 01.11 A van Ad Blankestijn

De leerlingen wilden meer over de voorbeeldwoorden weten. Ik legde meteen een lijst aan waarin
de belangrijkste afleidingen werden genoemd. De lijst begon uiteraard met het woord ‘alfabet’.
De namen van de letters en hun oorsprong liet ik wijselijk buiten beschouwing op de opmerking na
dat de Grieken het schrift van de Feniciërs hebben overgenomen. Dit schrift bevatte alleen tekens
voor medeklinkers. De Grieken gaven sommige voor hen overbodige Fenicische medeklinkertekens
de waarde van een klinker waardoor het eerste alfabet ontstond (alfa vertegenwoordigt de klinkers
en bet de medeklinkers).

Ook vroegen de leerlingen naar de uitspraak van de Griekse klanken. De Griekse moeder van Theo
sprak Griekse woorden immers heel anders uit dan ik. Voorbeeld: in het Grieks van nu zijn h en u
samengevallen met i. En ook de tweeklanken ei en oi klinken als i (maar ai als è). Theo’s moeder
sprak de antieke naam van de stad Qchnai uit als athinè (th zoals in Engels thin, klemtoon op h).
Maar ik zei at-hè-naj.* Dat bracht me op de klassieke uitspraak van f, c, j. Die medeklinkers zijn
geaspireerd, dat wil zeggen dat ze eindigen met een h-klank. In het Attisch van Plato (– 4de eeuw)
klonk sofoç “wijs” nog als sop-hos, maar later werd f als f uitgesproken. Parallel ontwikkelde zich
de uitspraak van j. Vroeger klonk qjoç “wagen” als ok-hos, nu als ochos (met Nederlandse ch).
In het Nederlands bestaat een fricatief bij de p-klank: de f-klank. Bij de k-klank is dat de ch-klank,
maar bij de t-klank is er geen (zoals de Engelse th of de Spaanse z). Daarom wordt in Nederland
c gewoonlijk zonder h uitgesproken: Thales (Calhç), Pythagoras (Pucagoraç), …

De woorden mikron en mega leken duidelijk: klein en groot. Maar vilon “kaal” vereiste toelichting.
Haarloos klinkt een beetje als h-loos: de losse letters e en u dragen geen spiritus asper. Maar de u
aan het begin van Griekse woorden wel (transliteratie hu- / hy-): wbriç “overmoed”, wdwr “water”.
Een uitzondering lijkt uwoç “zoon”, maar ui is een tweeklank. Een spreuk van de eerste christenen:
Qhsouç (Jezus) Jristoç (Christus) Ceou (van God) Uwoç (Zoon) Swthr (Redder). De beginletters
vormen het woord IJCUS (geen spiritus lenis) “vis”. De vis is een oud symbool van het christendom.

* De moderne naam is Qchna.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.