AANDACHT (2)

Column 01.34 van Ad Blankestijn

De laatste drie weken van het schooljaar besteedde ik aan herhaling van het officiële programma
voor de klassen 3C en 4B. Tegelijkertijd bereidde ik het mondeling examen voor, dat 5B eind juni
moest afleggen. En ik moest ook de natuurkunde met mijn tweedeklassers afronden. Mijn dagen
werden gecompleteerd met privélessen, tot laat in de avond. Maar het was de inspanning waard:
mijn leerlingen hadden de leerstof in het algemeen goed begrepen.

Toch trof ik leerlingen aan, die schijnbaar veel kwijt waren. Hadden ze onder de les zitten suffen ?
Dat lag niet voor de hand. Ik had immers alle lesstof schriftelijk overhoord. Er was niets gebleken
wat wees op onwil of onvermogen bij de leerlingen. Ze wilden allen erg graag het diploma HBS-B
behalen. Had ik te weinig herhaald ? Had ik aan sommige leerlingen te weinig aandacht besteed ?

Aandacht. Het begrip bleef in mijn hoofd rondmalen. Langzamerhand begon ik twee kanten ervan
wat beter te begrijpen. Ten eerste dat aandacht vragen even belangrijk is als aandacht geven. En
ten tweede dat een leerling toegesneden aandacht moet krijgen. Met het laatste wil ik zeggen dat
iedere leerling zijn individuele attentie nodig heeft.
Ik kon deze gedachten nog niet uitwerken. Ik moest eerst meer begrijpen, meer ervaring opdoen.

De examentraining verliep inmiddels goed. Niet alleen voor mijn leerlingen, maar ook voor mijzelf.
Ik leefde me in. Bij ieder onderwerp kon ik twee of drie vragen stellen, die buiten het programma
vielen, maar waarmee de kandidaten een goede indruk op professor Strengerda konden maken.
Voorbeeld. Als bij een functieonderzoek de afgeleide moest worden bepaald, vroeg ik terloops wie
de bedenker van de differentiaalrekening was. (Leibniz of Newton. Wie het eerst was, is nog altijd
niet helemaal duidelijk.) Er waren leerlingen die de moeite hadden genomen de Winkler Prins erop
na te slaan. Later, tijdens het examen, bleken hun aanvullende opmerkingen heel goed te vallen.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.