STERRENKIJKEN

Column 01.22 van Ad Blankestijn

Het schriftelijk examen was begonnen. Ik gaf nog altijd veel privéles, maar alleen aan leerlingen
van de examenklassen. Op de dag vóór een wiskunde-examen was ik van ’s morgens zeven tot
’s avonds twaalf bezig. Ook had ik leerlingen die nog een les Latijn of Grieks kwamen volgen.

Het wiskunde-examen bestond uit drie delen: algebra, stereo en gonio-A.M. Na een week waren
deze vakken geëxamineerd. Ik kreeg nu veel meer tijd voor de lagere klassen. Ik besloot met
de tweede klassen meer aan sterrenkunde te gaan doen. De afspraken met de sterrenwacht
waren snel gemaakt. Maar eerst wilde ik de leerlingen zo goed mogelijk voorbereiden.

Ik nodigde de tweede klassen uit op een zaterdagmiddag naar school te komen. De amanuensis,
de onvolprezen heer Tintelder, kwam mij helpen met de projectie van foto’s. Er waren ongeveer
zestig leerlingen aanwezig. De aandacht was groot. Ik vertelde over Keppler en zijn drie wetten.
Keppler (1571 – 1630) latiniseerde zijn naam, zoals gebruikelijk was voor geleerden in zijn tijd,
tot Keplerus. Weglating van de Latijnse uitgang -us heeft de spelling Kepler veroorzaakt.

Ik vertelde ook over mijn eerste college van professor Minnaert. Onderwerp: het planetenstelsel
(‘zonnestelsel’ keurde hij af). Bij de behandeling van de eerste wet van Keppler (planeetbanen
zijn ellipsen) merkte hij op dat de Zon in een van de brandpunten staat (een ellips heeft er twee)
en wachtte even. Toen vroeg hij een student op de voorste rij (ik zat op de tweede) wat er dan
in het andere brandpunt staat. De student kreeg een rood hoofd en stamelde iets onduidelijks.
Professor Minnaert gaf toen glimlachend zelf het antwoord: niets. Later begreep ik dat de vraag
ieder jaar opnieuw werd gesteld.
In de volgende week ging ik met mijn leerlingen naar Sonnenborgh, de Utrechtse sterrenwacht.
Een assistent besprak het planetenstelsel. Hij stelde de Minnaertvraag. Mijn klas brulde: NIETS.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.