MONDELING EXAMEN (1)

Column 01.35 van Ad Blankestijn

Ik had maar twee kandidaten voor het mondeling examen algebra. Ze hadden beiden een 5 staan.
Ze moesten dus een 6 halen. Ik maakte me geen zorgen om hen, ook al omdat hun andere cijfers
helemaal niet slecht waren. Een van hen had zelfs geen andere onvoldoende.
Bij gonio-A.M. lag het ernstiger: drie kandidaten met een 4. Ik oefende deze leerlingen eindeloos
in het oplossen van goniometrische vergelijkingen. Grafiekenwerk leek me veel te tijdrovend voor
een mondeling examen. En bij A.M. had ik de leerlingen doorgeoefend in snij-, raak- en poollijnen.
Uiteindelijk kwamen zowel gonio als A.M. neer op algebraïsche bedrevenheid en behendigheid.

Stereo werd in de jaren zestig nog axiomatisch gepresenteerd, op euklidische grondslag. Hiervoor
was niet alleen ruimtelijk inzicht vereist, maar ook gevoel voor logische deductie. Stappen zetten
van axioma (grondstelling) naar theorema (afgeleide stelling). En van daaruit verder naar nieuwe
stellingen, zoals de beroemde stelling van Pythagoras of die over de zwaartelijnen in een driehoek.

Ferdinand had een 3 en Johan een 1. Ik wilde alles op alles zetten om Ferdinand naar eindcijfer 5
te brengen. Johan was niet te redden, ook al door andere lage cijfers (een 2 voor Frans en een 3
voor Duits, maar vreemd genoeg vrijstellingen voor algebra en gonio-A.M.).

Ik oefende met Ferdinand met draadmodellen die de amanuensis voor me had gelast. Ferdinand,
die mijn Stereometrisch Receptenboek uit het hoofd had geleerd, kende die “draadvraagstukken”
inmiddels ook al van buiten, ondanks zijn gemis aan ruimtelijke inzicht. Ik begon te twijfelen. Had
Ferdinand eigenlijk wel gebrek aan ruimtelijk inzicht ? Had hij alleen moeite met de interpretatie
van een projectie van een driedimensionaal object op het tweedimensionale vlak van tekening ?
Met de modellen had hij geen moeite. Ik vroeg de heer Tintelder om nog een paar extra modellen
te maken. En weer deed Ferdinand het goed. Er rijpte een dubieus plannetje in mijn hoofd.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.