NICOLAS D’ORESME

Column 02.14 van Ad Blankestijn

De eerste hoofdstukken van het vak mechanica gaan over kinematica, de leer van de bewegingen.
De eenvoudigste beweging is de eenparige beweging, de beweging met constante snelheid. Omdat
snelheid een vector is, heeft een constante snelheid zowel constante grootte als constante richting.
Een eenparige beweging is daardoor noodzakelijk een rechtlijnige beweging.
Oresmus gaf deze beweging weer door een rechte horizontale lijn, in wat nu een v-t-diagram heet.
De eenparig versnelde rechtlijnige beweging, waarbij de snelheid in constante mate toeneemt, werd
in het v-t-diagram van Oresmus door een rechte hellende lijn voorgesteld, zoals wij nu ook doen.

In de 14de eeuw waren de begrippen plaats, verplaatsing, snelheid en versnelling nog heel vaag.
Dat gold ook voor tijd in het algemeen en voor tijdvak in het bijzonder, dat moeilijk meetbaar was:
een zandloper is nu eenmaal ongeschikt om korte tijdvakken te meten, laat staan een clepsydra of
een zonnewijzer. (Het slingeruurwerk is een uitvinding van de 17de-eeuwer Christiaan Huygens.)

Het is dan ook verbazingwekkend en bewonderenswaardig dat Oresmus inzag dat de oppervlakte
onder de grafiek de verplaatsing weergeeft. Zo kon hij de regel van Merton bewijzen. Ook vond hij
een wet die ruim twee eeuwen later door Galilei werd herontdekt: bij een EVRB is de verplaatsing
1
recht evenredig met het kwadraat van de verstreken tijd: xt = 2 at2 (als er geen beginsnelheid is).

De middeleeuwse wijsbegeerte berustte op het aristotelische denken. Het was de enige zienswijze
die de goedkeuring van de Kerk genoot. Wie Aristoteles in twijfel trok, moest rekening houden met
ernstige gevolgen. Oresmus had een machtig beschermer in koning Charles V die hem tot bisschop
van de Normandische stad Lisieux maakte. Bovendien trok hij zijn anti-aristotelische denkbeelden
uiteindelijk in, zoals zijn pre-copernicaanse vermoeden over de beweging van de planeten.
Opvallend is Oresmus’ afkeer van de astrologie die op de koning een gevaarlijk sterke invloed had.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.