DE STELLING VAN PYTHAGORAS (3)

Column 02.21 van Ad Blankestijn

De eerste keer dat Euclides ter sprake kwam, vroeg een leerling waarom ik ui-klie-dês zei en niet,
gewoon zoals zijn vader, eu-kli-des (-dês is -dhç). Ik vertelde dat ik dat van mijn leraar wiskunde
had geleerd. Deze leraar was een groot bewonderaar van de Griekse wiskunde, en van Pythagoras
in het bijzonder. Ook wijdde hij veel tijd aan de studie van de Griekse historische grammatica.

Eerst over eu- (eq- “goed”). Uitspraak /ui/ zoals in ‘buik’. Uitspraak /eu/ zoals in ‘beuk’ werd toen
(in de jaren zestig) als minder beschaafd ervaren. Ontwikkelde personen, de gymnasiasten voorop,
zeggen /uitanazi/ “goede, zachte dood”, /uifemisme/ “verzachtende uitdrukking” en ook /terapuit/.
(Deze woorden berusten op w canatoç “de dood”, fhmi “ik zeg”, cerapeuw “ik verzorg”.)
Ook in gelatiniseerde Griekse woorden wordt eu als /ui/ uitgesproken.

Dan over -klie- (houdt verband met klei- “goede naam”). De uitspraak van de Griekse tweeklank ei
veranderde in de loop der eeuwen van /éj/ via /éé/ in /ie/. Een woord als hypotenusa weerspiegelt
de ee-uitspraak (wpoteinousa “onderspannende”: de Grieken tekenden een rechthoekige driehoek
bijna altijd met de rechte hoek in de top zodat de langste zijde de tophoek onderspande). In de tijd
dat de naam Eqkleidhç “wiens reputatie goed is” werd gelatiniseerd, vervingen de Romeinen de ei
volgens de toenmalige uitspraak door een i (die overigens lang was). De voorlaatste klinker is lang
zodat die de klemtoon draagt, dus ui-klie-dês. Deze laatste opmerking riep vragen op, maar ik had
geen tijd om erop in te gaan. Later misschien, beloofde ik halfhartig. (Het examen naderde snel.)

Wel een paar minuten voor De wereld gaat aan vlijt ten onder, een roman van Max Dendermonde,
uitgekomen in 1954. Het eerste Nederlandse sciencefictionverhaal ? Een lichtelijk getikte professor
heeft een apparaat voor massatransferentie uitgevonden. Uiteindelijk seint hij zichzelf over. Is hij
hierna nog bij zijn verstand ? Ja, want hij blijkt de Stelling van Pythagoras te kunnen bewijzen …


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.