MAANDEN (2)

Column 01.23 van Ad Blankestijn

Twee of drie dagen later gaf ik weer een les Frans in 5A. Bij het overhoren van de maanden bleek
dat de uitspraak van de leerlingen een stuk beter was dan bij de vorige les. Ze hadden geoefend,
onder leiding van een klasgenoot wiens moeder une Liégeoise was (uit Luik kwam).
Ik had beloofd de Franse namen van de maanden uit te leggen. Eerst januari – janvier hoewel die
niet altijd de eerste maand was. Genoemd naar Ianus, de god met de twee gezichten, de god van
de ingangen en de uitgangen, van deuren en poorten. Het Latijnse woord voor deur is ianua.
Het verhaaltje dat Ianus terugblikt op het oude jaar, en tegelijk vooruitziet naar het nieuwe jaar,
lijkt een later verzinsel. In het Latijn heet deze maand mensis ianuarius (mensis “maand”).
Dan februari – février, de reinigingsmaand. Het Latijnse woord voor reinigingsmiddelen is februa.
Omdat mensis februarius oorspronkelijk de laatste maand van het jaar was, werd de rommel van
het aflopende jaar in deze maand opgeruimd, zowel letterlijk als vooral figuurlijk.

De maand maart – mars is de maand van de oorlogsgod Mars. In deze eerste lentemaand werden
de krijgsverrichtingen hervat nadat de troepen in de hiberna “winterkampen” de koude maanden
hadden doorgebracht. Latijn: mensis martius.

De maand april – avril is vaak zonnig, maar de geschiedenis van deze naam is duister. Gedacht is
aan apricus “zonnig”, maar ook aan aper “everzwijn” of aan een godin, Apro genaamd, wier naam
enigszins doet denken aan Qfrodîth, de godin van de liefde (de Romeinse Venus). Mensis aprilis.

De maand mei – mai (homofoon met mais “maar”) heeft een wat minder vage achtergrond, maar
ook in dit geval is er meer dan één uitleg. Meestal wordt de naam van deze maand teruggevoerd
op Maia, een vroege Italische godin van de vegetatie. De Romeinen stelden Maia gelijk aan Maia,
dochter van Qtlaç, moeder van Wrmhç (de Romeinse Mercurius). Mensis maius.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.