MAANDEN (3)

Column 02.24 van Ad Blankestijn

Nu moest ik nog juni, juli en augustus toelichten. Mensis iunius ontleent zijn naam waarschijnlijk
aan Iuno, de gemalin van oppergod Iupiter. Deze namen worden ook met J gespeld: Juno, Jupiter
zoals ook Janus, Julius. De Romeinen stelden Iuno en Iupiter gelijk aan Rra en Zeuç.
De uitspraak van juni – juin was voor de meeste leerlingen erg moeilijk. Dus eerst oefenen met j:
jaune, jeune, jus, déjà, déjeuner, … om de “Hollandse” sj te bestrijden (die overigens stemloos is
in tegenstelling tot de Franse j). Dan verder oefenen met vin, pin, fin, … Maar juin uitspreken met
de Nederlandse w (dento-labiaal) en niet met de Engelse (bilabiaal) bleef voor sommigen lastig.

Over de maand juli – juillet bestaat geen onzekerheid. Oorspronkelijk droeg deze maand de naam
Quintilis “de vijfde” (klemtoon op middelste i). Maar toen Iulius Caesar weer in Rome terug was,
na vele veroveringen in Gallië en overwinningen op zijn tegenstanders, werd hij met eerbewijzen
overladen. Hij werd tot halfgod uitgeroepen en tot alleenheerser voor het leven. Marcus Antonius,
die toen consul was, stelde voor de geboortemaand van Caesar voortaan mensis iulius te noemen.
Caesar heeft zijn maand niet beleefd: hij werd vermoord op de Idus Martiae (15 maart) van – 44.
Zijn grootste verdienste is de invoering van een nieuwe kalender: de Juliaanse kalender (die door
paus Gregorius XIII in 1582 enigszins werd verbeterd tot onze huidige Gregoriaanse Kalender).

Voordat Caesar in – 46 zijn kalender invoerde, rekenden de Romeinen met 10 maanmaanden van
29 of 31 dagen (een even aantal dagen was ongunstig, maar februari had er 28 zodat het jaar op
een oneven aantal dagen uitkwam), waaraan een schrikkelmaand werd toegevoegd.
Om de kalender met de seizoenen te synchroniseren had het jaar – 46 twee extra maanden nodig:
dit jaar telde dus 15 maanden, samen 445 dagen: “het laatste jaar van de verwarring”.

Na juin was de uitspraak van juillet minder moeilijk: zj met wie met yes zonder s (zjwiejè).


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.