DE KOGEL DOOR DE KERK

Column 02.36 van Ad Blankestijn

Later op de dag had ik 4C. Ik vertelde de klas dat ik mijn vertrek had aangekondigd, aan het eind
van de cursus. De jongens vroegen meteen of ik begin september mijn eigen school zou beginnen.
Twee of drie leerlingen riepen dat ik hen maar moest inschrijven. Een andere meldde dat zijn zusje
van elf graag naar mijn school wilde.
Ik remde hen af. Al maanden eerder had ik beloofd in de les te zwijgen over mijn schoolplannen of
over opstappen. Een leerling stelde voor bij hem thuis te vergaderen. Ik kende het souterrain van
zijn huis: daar had de klas een reparatiecursus gekregen, met gelijkvormigheid als centraal thema.
Syllabus: 02.36 A, 1 – 12. De vergadering zou de volgende avond om acht uur beginnen.

’s Avonds werd ik vaak gebeld. Er kwam ook een vader van een leerling bij me aan de deur, die me
uitnodigde de komende zaterdagavond te komen eten. Uit al deze gesprekken bleek dat de ouders
welwillend tegenover mijn plannen stonden. Ik ontving zelfs aanmoediging en beloften van steun.

De klas was bijna voltallig aanwezig. De gastvrouw was druk in de weer met het rondbrengen van
koffie, thee, cola en zelfgebakken koekjes. Er heerste een opgewonden stemming, feestelijk bijna.

Ik maakte de klas deelgenoot van mijn gedachten en vooral gevoelens over de school, hun school.
Dat ik langzamerhand was gaan inzien dat mijn optreden als ongewenst, zelfs als bedreigend werd
ervaren, vooral door de oudere docenten, onder wie de directeur en de adjunct-directeur.
Die oudere medewerkers waren vooroorlogs, ze gaven les van boven naar beneden aan objecten,
niet aan personen. Verder wachtten ze op hun pensioen.
De jongere leraren hadden meer oog voor de individuele leerling, maar het ontbrak hun al te vaak
aan diepgaande belangstelling voor onderwijs. Ze hadden terechte klachten over hun salaris, maar
voelden niets voor aanvullend werk. Onder deze omstandigheden wilde ik niet langer leraar blijven.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.