ELEMENTEN (1)

Column 02.28 van Ad Blankestijn

Met mijn scheikundeklas, 3A, ging het goed. Ik wilde hun zicht op de stoffelijke wereld verbeteren.
Daarom had ik nogal lang gesproken over mengsels en zuivere stoffen. Over diamant bijvoorbeeld.
Zuiver diamant bestaat uit alleen koolstofatomen en is kleurloos. Als zich atomen van het element
boor in het koolstofrooster hebben genesteld, is de resulterende kleur blauw. Een blauwe diamant
kan volgens de juwelier zuiver zijn, maar voor de chemicus niet. En zuiver bronwater ? Dit is water
waarin gassen en zouten zijn opgelost: een mengsel. En zuivere lucht is een mengsel van ruwweg
één volumedeel zuurstof en vier volumedelen stikstof (niet omgekeerd, zoals vaak wordt gedacht).
Conclusies: in de natuur komen zuivere stoffen bijna niet voor; zogenaamd zuivere stoffen worden
in laboratoria gemaakt. Dat bracht een leerling ertoe te verzuchten dat de wereld waarin wij leven
onzuiver is. Dat klonk gnostisch. Ik wilde daarover iets opmerken, maar liet het voorbijgaan.

Ik was al aan de symbolen van de elementen begonnen. Veel Latino-Griekse namen: hydrogenium,
oxygenium, nitrogenium. Vandaar de symbolen H, O, N. Dat -genium houdt verband met “maken,
voortbrengen, genereren”. Water, H2O, bevat inderdaad waterstof: H (twee atomen per molecuul).
Zwavelzuur, H2SO4, bevat zuurstof: O (vier atomen per molecuul). Kaliumnitraat, KNO3, bevat wat
wij stikstof noemen. De woorden nitrogenium en nitraat gaan terug op nitrwn, een benaming voor
een mengsel van zouten waaronder kaliumnitraat ofwel salpeter (sal “zout” en petra “rots”).

De leerlingen wilden weten hoe de naam stikstof is ontstaan. Ik vertelde het ietwat wrede verhaal
van de muis van Lavoisier, dat ik van mijn leraar scheikunde had gehoord. Lavoisier zou een muis
onder een stolp hebben laten stikken. Hij zou toen hebben vastgesteld dat ongeveer een vijfde deel
van de lucht was verdwenen (“la partie vitale”). Wat overbleef kreeg de naam azote, berustend op
q “zonder” en z3on “levend wezen”. Zo kwam in het Nederlands de naam stikstof in gebruik.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.