FeE

Column 02.33 van Ad Blankestijn

Twee dagen later kwam de directeur het lokaal binnen waar ik bezig was met huiswerkoverhoring.
Hij vroeg me zijn les natuurkunde in 5A over te nemen. Hij zou het aangekondigde proefwerk A.M.
op het bord schrijven. Met gemengde gevoelens liep ik naar 5A. Het onderwerp waarmee deze klas
bezig was, bleek het foto-elektrisch effect te zijn. Dat maakte veel goed. Het FeE is een belangrijk
fundamenteel fenomeen met belangrijke toepassingen. De beschrijving is vrij eenvoudig.

Aan het eind van de 19de eeuw werd ontdekt dat een elektrische stroom kan worden opgewekt als
licht op een metalen plaatje valt. Na de ontdekking van het elektron in 1897 werd het duidelijk dat
licht elektronen kon losmaken uit bepaalde materialen. De eerste experimenten werden uitgevoerd
met een geschuurd zinken plaatje en zichtbaar licht. De bevrijde elektronen werden “weggezogen”
door een positieve elektrode (anode). Een gevoelige ampèremeter (galvanometer) mat de stroom.

Sterker licht gaf meer stroom. Maar dit bleek alleen te gelden als de golflengte van dat licht kleiner
is dan een bepaalde waarde die afhangt van het bestraalde materiaal. Een grotere golflengte ofwel
een lagere frequentie geeft dan geen stroom, hoe sterk het opvallende licht ook is.

Dit laatste verschijnsel was niet in overeenstemming te brengen met de theorie van Maxwell over
het elektromagnetisme. Maar in 1900 had Planck het idee gelanceerd dat licht uit deeltjes bestaat,
quanta, later fotonen genoemd. Die propjes energie treffen de elektronen van het metalen plaatje.
Als de energie van het foton groter is dan de energie die vereist is om het elektron uit het metaal
los te maken, dan springt het elektron het metaalrooster uit. Het energieoverschot wordt omgezet
in kinetische energie van het elektron.
Deze uitleg gaf Einstein in 1905 waarvoor hij in 1921 de Nobelprijs Natuurkunde kreeg. Hij stelde
de formule E = hn op (E is de energie van een foton met frequentie n, h de constante van Planck).


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.