BORDEAUX

Column 03.10 van Ad Blankestijn

Het déjeuner in het Hilversumse restaurant met Guillaume, mijn collega Frans, herinnerde me aan
het culinaire niveau van Frankrijk en de afwezigheid daarvan in Nederland. Maar dit établissement,
in Hilversum, leek enige pretenties te hebben. Zo was er een kaart waarop prachtige oude wijnen
werden vermeld zoals een château latour 1945, een chambertin 1949 en een haut-brion 1953.

Guillaume bleek ruim verstand te hebben van hoge bordeaux, zowel van médoc als van graves en
ook kende hij wijnen van de oostelijke oever van de Gironde, zoals pomerol. Ik kon nog veel leren
van Guillaume, besefte ik, want mijn kennis van de Bordelese wijnen was minder dan oppervlakkig.

Ik begreep dat Guillaume lang in Bordeaux had gewoond. Hij vertelde over de wijnproducenten van
Bas-Médoc (het noorden van Médoc), die na een langdurige juridische strijd wisten te bereiken dat
de appellation d’origine contrôlée Bas-Médoc in 1932 werd vervangen door eenvoudigweg Médoc.
(De Haut-Médocains vertoonden geen enkele neiging hun AOC te veranderen.)
De adjectieven bas “laag” en haut “hoog” slaan niet op de kwaliteit van de wijn, maar op de hoogte
boven de zeespiegel. Vergelijk dit met Laagduits en Hoogduits (Hoogduits, oorspronkelijk het Duits
van het hooggelegen Zuid-Duitsland, dankt zijn reputatie aan de bijbelvertaling van Luther).
Bij de koffie dronken we bas-armagnac, de oudste eau-de-vie van Frankrijk, een rustiek destillaat
van witte wijn, vergeleken met cognac (armagnac: één keer door de alambic, cognac: twee keer).
Guillaume vertelde dat de producenten van bas-armagnac (in Gascogne, Zuidwest-Frankrijk) trots
op dat bas waren, want meestal gaat bas-armagnac in kwalitatief opzicht haut-armagnac te boven.

Het gezellige en leerzame déjeuner nam niet weg dat er nog twee vragen niet beantwoord waren.
Ten eerste: hoe kon Guillaume als niet-Britse commando deelnemen aan de raid op de installaties
van Saint-Nazaire ? Ten tweede: hoe stelde hij na het schriftelijk examen de cijfers voor Frans op ?


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.