CAUSA

Column 03.13 van Ad Blankestijn

Op een dag moest ik toezicht houden op een klas die bezig was huiswerk te maken, onder andere
een vertaling Frans-Nederlands. Er was geen woordenboek in het lokaal voorhanden. Ik mocht dus
optreden als dictionnaire ambulant. Een probleem was de uitdrukking pour les besoins de la cause.
Het ging niet om besoin, maar om cause dat alleen bekend was als “oorzaak”. Besoin vindt men in
avoir besoin de “nodig hebben” om aan te geven wat nodig is, waaraan gebrek is (j’ai besoin d’air,
d’eau, de repos, …). De betekenis van besoin verschuift soms van “het nodige” naar “het belang”
zodat pour les besoins de kan betekenen “in het belang van …”.

Cause is hier niet “oorzaak”, maar “zaak” (zoals in “la bonne cause”). Oorspronkelijk betekent het
“doodslag”, vandaar “rechtszaak” en later ook “oorzaak” of gewoon “zaak”. De Romeinen schreven
tot in de augusteïsche periode caussa. Uit de latere vorm causa ontwikkelde zich het Franse cause,
langs schriftelijke weg. Langs mondelinge weg ontstond chose “zaak, ding”. Opmerkelijk dat chose,
afstammend van caussa “rechtszaak”, kan worden vertaald door ding, het Germaanse woord voor
rechtszaak, geding).

Bij rechtszittingen wordt veel gesproken. Het Franse werkwoord causer “praten” verwijst hiernaar.
Dit werkwoord betekent “veroorzaken”, maar soms ook “babbelen”. Ik causeerde nog even verder,
over woorden die verband houden met causa, zoals een causaal verband, een causatief werkwoord
of een causerie. Ik kon nu ook duidelijk maken waarom ik mijn verhaaltjes over Gauss gausserieën
had genoemd (Columns 01.07 A). Maak gewoon in gauss /g/ stemloos en /s/ stemhebbend (zodat
gausserieën causerieën worden). De klas protesteerde: gauss zeg je met au, maar causerie met o.
Ik had geen tijd hierop in te gaan, maar vertelde een bekende anekdote over keizer Vespasianus.
Ex-consul Mestrius Florus wees de keizer erop dat causa moest worden uitgesproken met au, niet
met o.* De volgende dag sprak de keizer Florus aan met Flaurus.

* causa voor plaustra “wagens” bij Suetonius


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.