HUIS IN HET BOS

Column 03.18 van Ad Blankestijn

In huize DH was het een en ander veranderd. Henri, de student met wie ik enigszins bevriend was,
was uitgeweken naar Gretna Green om, zonder toestemming van zijn ouders, te trouwen met Ika,
zijn nieuwe vriendin. Beide ouders waren het volstrekt oneens met Henri die ten slotte zijn vertrek
uit het ouderlijk huis aankondigde en de daad bij het woord voegde. Na lange tijd liet Henri weten,
vanuit Afrika, dat hij nooit zou terugkeren. Kort daarop verhuisde ik naar het Huis in het Bos, maar
ik hield mijn studentenkamer in Utrecht aan. Inmiddels had ik een auto: een gerestaureerde MG-A
afkomstig uit Engeland, met rechts stuur, rood.

Ik had weer een ouderlijk huis. DH en zijn vrouw Trix behandelden me alsof ik een pleegzoon was.
Bijna dagelijks was ik in het HihB, niet alleen om Mario met zijn schoolwerk te helpen, maar vooral
om naar DH te luisteren, die nu ’s avonds meestal thuis was.

DH was buitengewoon belezen en had grote belangstelling voor taalwetenschap. Hij bracht allerlei
litteraire en linguïstische onderwerpen ter sprake en ventileerde daarbij zijn meningen. Jan Wolkers
was zijns inziens een pornographicus ordinarius hollandensis ofwel een gewone Hollandse viespeuk.
Alleen Harry Mulisch kwam er goed af, vooral door Archibald Strohalm (1952), De Diamant (1954)
en Het Zwarte Licht (1957). Onder de vroegere schrijvers bewonderde hij Couperus, Van Eeden en
vooral Multatuli. Maar van het achttiende-eeuwse gezeur en het zeventiende-eeuwse gepronk met
kennis van de klassieke oudheid moest hij niets hebben.
Middelnederlandse werken deed hij af als meestal slechte kopieën van Franse originelen. Ze hadden
daardoor geen enkele waarde, behalve dat ze inlichtingen verschaften over een vroegere fase van
het Nederlands.
Uit de laatste opmerking blijkt de belangstelling die DH koesterde voor historische taalwetenschap.
Ik was nog maar kort geleden begonnen Indo-Iraans te studeren. Ik had dan ook duizend vragen.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.