INDOLOGIE

Column 03.19 van Ad Blankestijn

Op een avond zaten DH en ik bij het vuur met een glas rode wijn in de hand. DH vertelde terloops
dat de wijn een pomerol was, van de rechteroever van de Gironde. In die tijd zei dat me niet veel,
maar ik had gezien dat DH altijd wijn van hetzelfde château schonk: Château Gazin, 1949, waarvan
hij honderden flessen in zijn kelder had liggen om “op dronk” te komen. “Een goede pomerol moet
ten minste tien jaar liggen. Na vijftien jaar bereikt hij zijn top. Dan gaat hij nog twintig jaar mee.”

Wijn was deze avond niet het onderwerp van gesprek. Het ging over “omzwaaien” (veranderen van
studierichting) en over “twee vakken tegelijk” studeren. DH besprak de verschillende redenen voor
een ommezwaai. De belangrijkste is dat het Voorbereidend Hoger Onderwijs de aspirant-studenten
niet goed voorbereidt op hoger onderwijs. (VHO is een ongelukkige aanduiding, want het gaat hier
niet om HO, maar alleen om de voorbereiding erop.) Ik herinner me nog heel goed de verbijstering
in mijn eerstejaarsgroep bij de eerste colleges van professor Freudenthal toen hij de axioma’s van
de lineaire ruimte presenteerde: commutativiteit, associativiteit, nulvector, … Nooit van gehoord.

Toen DH aan zijn derde jaar rechten begon, werd hij benaderd door een ambtenaar van “Koloniën”
met het voorstel zijn juridische studie te combineren met een linguïstische studie. Bedoelde studie
was bekend onder de naam indologie en werd in Utrecht gedoceerd. Het studieprogramma omvatte
naast talen ook geschiedenis en godsdiensten van wat nu Indonesië is. Het was een opleiding voor
toekomstige bestuursambtenaren.

In het eerste jaar indologie werd veel tijd besteed aan Sanskrit en vergelijkende taalwetenschap,
vakken waaraan DH met groot enthousiasme werkte. Tot de oorlog uitbrak. DH ging in het Verzet
en moest ten slotte jarenlang onderduiken. Rechten en indologie sloot hij af in de na-oorlogse tijd.
DH, nu jurist en indoloog, vestigde zich in Nieuw-Guinea om nog onbekende talen te onderzoeken.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.