IONEN

Column 03.14 van Ad Blankestijn

Met mijn scheikundeklas, 3A, ging het nog steeds goed. Het was inmiddels duidelijk geworden dat
een element uit één soort atomen bestaat en dat er evenveel elementen als atoomsoorten bestaan
(over isotopie zei ik voorlopig niets). En ook had ik verteld dat de elektrisch positief geladen kernen
de elektrisch negatief geladen elektronen in schillen om de kern vasthouden. Een atoom is neutraal
(het aantal protonen in de atoomkern is gelijk aan het aantal elektronen in de elektronenwolk, met
protonlading + 1 en elektronlading – 1). Een molecuul stelde ik voor als een deeltje dat bestaat uit
twee of meer atomen. Een molecuul is daarom zelf ook neutraal. Later zou ik uitvoerig terugkomen
op de vraag waarom bepaalde atomen moleculen vormen.
Een ion presenteerde ik als een deeltje dat ontstaat als een atoom een of meer elektronen afstaat
of opneemt. Ionen zijn daardoor geladen deeltjes die, zoals atomen, combinaties kunnen vormen.

Voorbeelden: H (één waterstofatoom), 2H (twee waterstofatomen), 3H2 (drie waterstofmoleculen),
H+ (waterstofion), O2– (zuurstofion), H2O (watermolecuul), H3O+ (oxoniumion), Ca2+ (calciumion).
Ik stelde tientallen lijsten op met namen van (desnoods niet-bestaande) stoffen. Iedere les begon
met het invullen van formules op een stencil. Het nakijken ging snel en de becijfering was simpel:
een fout, een punt. Na drie of vier weken kenden de leerlingen ook de bekendste zoutnamen (iden,
aten en ieten). Een voorbeeld: Formules invullen (computer remake) waarin de nomenclatuur uit
de jaren zestig is gemoderniseerd (zoals mono-oxide en pentaoxide voor monoxide en pentoxide).
Bij het invullen van de formules kan de lijst met Zuurresten worden geraadpleegd.
2–
Eerst leren zonder lading (carbonaat is CO3) en later met (het carbonaation is CO 3 ).

Onder leiding van een collega, een “echte” chemicus, deden mijn leerlingen eens in de twee weken
allerlei proefjes (knallen, rook). Er werd tegelijkertijd kritiek op mijn lessen geleverd (de leerlingen
vertelden dat vanzelfsprekend door). Ik liet te veel uit het hoofd leren zonder werkelijke uitleg …


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.