KLEMTOON

Column 03.23 van Ad Blankestijn

Het woord Sanskrit is samengesteld uit de elementen san, skṛ en ta. Het element san komt voor in
sandhi “het samenzetten”. Het is een vorm van sam, die vóór vocalen verschijnt, zoals in samudra
“waar wateren samenkomen”, vandaar “zee”. Er bestaat ook een vorm saṃ (met nasale a, zoals in
het Franse an), die vóór consonanten optreedt, bijvoorbeeld in saṃgacchanti “zij komen tezamen”.
Het element skṛ is een s-uitbreiding van kṛ “maken” en ta is het suffix van het voltooide deelwoord
saṃskṛta “samengesteld”, “volmaakt”, vrouwelijk in saṃskṛtā bhāṣā “de volmaakte taal”.

In het Sanskrit geldt de klemtoonregel van het Latijn, uitgebreid tot vier lettergrepen. De klemtoon
in tweelettergrepige woorden valt op de voorlaatste, de paenultima: Venus, Caesar, Mithrās, Iēsūs.
In het Sanskrit: aham “ik”, emi “ga”, pitā “vader”, mātā “moeder”, devī “godin”, madhu “honing”.

Meerlettergrepige woorden hebben de klemtoon op de paenultima als deze een lange klinker bevat
of een korte gevolgd door twee medeklinkers: Lugdūnum, Bibracte, Āventīnus, Caracalla.
Zo niet, dan op de antepaenultima: Iuppiter (of Iūpiter), Sēquana “Seine”, Mercurius, Caligula.
In het Sanskrit: aśvāya “aan het paard”, aśvasya “van het paard”, bhūpataye “aan de wereldheer”,
hima- “sneeuw” gecombineerd met ālaya- “woning” geeft himālaya- (vaak verkeerd uitgesproken).
In het woord Sanskrit (uit saṃskṛta) ligt de klemtoon dus op a, niet op i (ṛ is een korte klinker).

Nederlanders kunnen zich in het buitenland vaak beter verstaanbaar maken dan, in het algemeen,
Fransen. Dit is vooral te danken aan de Nederlandse televisie die cowboys Amerikaans laat praten.
Maar Nederlanders zijn zich niet altijd bewust van de beklemtoning van Engelse woorden zoals 15,
compound of component. En hoe spreken ze het Duitse woord Ameise “mier” uit ? Of het Spaanse
sangría ? Maar waarom zeggen veel Nederlanders schoorsteenmantel, werkloosheid (of nog erger:
werkeloosheid), voltmeter, normaliter, emeritus ? Om hier maar even te zwijgen over de Fransen.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.