LUISTEREN

Column 03.24 van Ad Blankestijn

Toen ik voor het eerst Franse les kreeg, had ik een lerares die, vanaf het begin, veel aandacht aan
uitspraak besteedde. De meeste van mijn klasgenoten vonden dat een beetje overdreven, maar ik
luisterde vol belangstelling naar de voorbeelden die deze onvermoeibare lerares ons gaf. In een les
zei ze dat de klemtoon in Franse woorden op de laatste lettergreep valt, maar op de voorlaatste als
de laatste een stomme e bevat. Voorbeelden: chassé “verjaagd”, chasse “jacht”.

Blijft de vraag wat een lettergreep is. Heeft menthe één of twee lettergrepen ? Grafisch twee, maar
fonisch één. Als dit woord wordt afgebroken, dan gebeurt dat tussen n en t. De uitspraak is /mt/,
dus monosyllabisch. Maar de Fransen laten de stomme e vaak horen, vooral in chansons en poésie
(doucə Francə, cher pays də mon enfancə, …). De sjwa, ə, is normaal in woordjes als de, je, le, …
Bovendien steunt heel Zuid-Frankrijk de uitspraak van de stomme e.

Zoals de Fransen de stomme e laten spreken, zo maken veel Nederlanders de stomme n hoorbaar.
Let op de volksvertegenwoordigers als ze meervouden of werkwoordsvormen “netjes” uitspreken.
Na twee zinnə al moeilijk vol te houdə. “Dames en Heren, gaarne (niet: graag) wil ik uw vragen
met betrekking tot (niet: over) het onlangs aangenomen wetsvoorstel beantwoorden.
Wie van u mag ik het woord gevə ?

Hoewel n-zeggers de lachlust kunnen opwekken, stáát de n er wel. En daarom spreken ze hem uit.
In tegenstelling tot het Frans. Men zegt département /départəm/, entrecôte /trəkót/ omdat de e
onmiddellijk wordt voorafgegaan door twee of meer medeklinkers: le président Mitterrand /mitər/.
De e stáát er en wordt uitgesproken, als ə, en is uiteraard niet stom. Maar avenir /avnir/ wordt
met een echt stomme e geschreven. Inmiddels voegen vooral jonge vrouwen een schwa final toe:
cinq /skə/, six /sisə/, sept /sεtə/. En zeker na een hoorbare eind-r: Bonjourə ! Bonsoirə !


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.