SANSKRIT (2)

Column 03.21 van Ad Blankestijn

Het taalkundig onderzoek van de Indiërs bereikte zijn absolute top in de – 4de eeuw toen het werk
Aṣṭādhyāyī van de grammaticus Pāṇini bekend werd. Dit werk in acht (aṣṭa) hoofdstukken dat bijna
4000 compact geformuleerde regels bevat, is de leidraad voor het goede gebruik van het Sanskrit.
Daardoor is Sanskrit voor de meeste intellectuelen een gereguleerde dode taal. Dood ? Zeker niet:
Pāṇini heeft alleen de fonologie en de morfologie van het Sanskrit gecodificeerd, niet de syntaxis.
Dat bood dichters als Kālidāsa (5de eeuw) de mogelijkheid het Sanskrit als levende taal te bezigen.
Zo kon het Sanskrit zich ontwikkelen, binnen de kaders die Pāṇini eeuwen eerder had aangebracht.

Ook wordt wel beweerd dat de Sanskritgrammatica zo is opgesteld dat er geen uitzonderingen zijn.
Maar alleen kunstmatige talen kunnen uitzonderingsloos zijn, zoals Esperanto. Het Sanskrit heeft,
zoals iedere natuurlijke taal, in de loop van de eeuwen elementen geabsorbeerd, die voortleven als
“uitzonderingen” of “onregelmatigheden” binnen zijn gereguleerde grammatica.

Sanskrit leren begint met devanāgarī leren, het gebruikelijke schrift voor Sanskrit. (Voor beginners
bestaan transcripties.) Dan volgt het fonetisch inventarium waarin consonanten zijn ingedeeld naar
articulatiepositie: velaren, palatalen, retroflexen, dentalen en labialen. En ook naar uitspraakwijze:
stemhebbend, stemloos, met of zonder aspiratie. Naast de 5 × 4 occlusieven zijn er nog 5 nasalen,
4 semivocalen, 3 stemloze sibilanten, 1 laryngaal. Verder 11 vocalen (kort of lang) en 2 diftongen.

Als het eind van een woord het begin van het volgende woord ontmoet, treedt een verschijnsel op,
dat sandhi wordt genoemd (san “samen”, dhi “zetten”). Voorbeelden: vane āste “hij zit in het bos”
wordt vana āste; tat śrutvā “dat gehoord hebbend” wordt tacchrutvā. Ook tussen woorddelen kan
sandhi voorkomen: aśvena “met het paard” versus cakreṇa “met het wiel” (invloed van voorgaande r
in hetzelfde woord), maar in rathena “met de wagen” verandert de n niet (blokkering door th).


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.