DOCENTEN (2)

Column 04.10 van Ad Blankestijn

Als gevolg van de advertentiecampagne van Trix waren er vrijwel iedere dag sollicitanten. Een van
hen was een oudere man, in de zeventig. Gepensioneerd docent Nederlands. Wat me aantrok, was
zijn ervaring. En zijn enthousiasme voor het leraarschap. Het was ook een genoegen hem te horen
spreken. Niet ‘popi’, maar ook niet ‘daftag’. Zonder ‘groter als’, ‘het meisje die’, ‘het examen wat’,
‘hij zag hun’, ‘hij realiseerde zich’ … En geen spellinguitspraak, de slot-n (van pluralia en infinitivi)
sprak hij niet uit.
Met contemporaine literatuur had hij weinig op. Vooral niet met ‘smeerkezen’ als Simon Vinkenoog
en Jan Wolkers (dat herinnerde me aan DH over Wolkers: pornographicus ordinarius hollandensis).
Al snel bleek dat wij beiden bewonderaars van de Tachtigers waren, vooral van Willem Kloos. Maar
we hadden ook een voorliefde voor Middelnederlands gemeen.

Jammer genoeg liep dit levendige gesprek dood op praktische feiten. De heer Kloosman kon maar
drie dagen komen lesgeven, alleen ’s middags. Dat zou het lesrooster onder te grote druk zetten.

Er werd nadrukkelijk gebeld. Ik dacht dat de volgende sollicitant op de stoep stond, maar er kwam
iemand de trap op, die ik herkende als een student die op de tweede verdieping in een huis naast
het mijne woonde. We hadden een gemeenschappelijke dakgoot. En dat was de reden waarom hij
had aangebeld. Zijn slang, Sis, was verdwenen. Piet dacht dat hij via de dakgoot mijn badkamer in
was geslopen. Sis was de laatste tijd wat onrustig, zei Piet. Hij zocht in mijn badkamer en hij vond
Sis onder mijn badkuip, opgerold en, naar het zeggen van Piet, in diepe slaap. Sis werd geknuffeld
en vermanend toegesproken door zijn baas, de zwaar bebaarde student biologie.

Het kan, zoals bekend, vreemd lopen in het leven. Een paar jaar later solliciteerde Piet bij mij naar
de functie van docent biologie. Ik nam hem aan. Waarover later meer.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.