EERSTE STAPPEN (1)

Column 03.34 van Ad Blankestijn

Zaterdag, en vaak ook zondag, bracht ik door in het HihB bij DH en Trix, die mij als een pleegzoon
in hun gezin hadden opgenomen. De jongste zoon, Mario, had ik uiteindelijk door zijn eindexamen
HBS-B geholpen, nog voordat ik leraar wiskunde werd. (Hij was een van de eerste IB-kandidaten.)

Waarom Mario moeite had met algebra, werd snel duidelijk. Op school was hem geen enkel begrip
van algebraïsche operaties bijgebracht. Het onderscheid tussen som en product van a en b ontging
niet alleen hem, maar ook de meeste van zijn klasgenoten. Bijna iedereen had bijles nodig. En ook
Mario kreeg bijles, op zaterdagmiddag van vier tot zes. Van mij. Ik deed daarmee veel ervaring
op, die ik later kon toepassen toen ik eenmaal leraar wiskunde was geworden.

Mijn lessen in algebra, voor klas 1, begonnen altijd met de hoofdbewerkingen. Ik behandelde dan
eerst de optelling, ofwel samenvoeging, van termen: 2a + 3a = 5a en 5a – 3a = 2a
Vaak ging het mis met 5a – 4a = a (1a) 5a – 6a = – a (– 1a) 5a – 5a = 0 (0a of “niks”)

Dit laatste veroorzaakte bijna een betoog over het getal nul (“de navel der getallen”, de lege spijl
van de abacus [Sanskrit śūnya- “leeg”], de Indiërs, de Arabieren, Fibonacci, … ). Ik beheerste me.

Ook moeilijk aan het begin is 2a + 3b + 4a + 5b = 6a + 8b
Sommige leerlingen lijkt dit niet af. Ze denken dat 14ab het goede antwoord is, want compacter.

Ik besteedde ook aandacht aan het begrip coëfficiënt. Optellen van termen wordt dan optellen van
coëfficiënten: 2a2b3 + 3a2b3 = 5a2b3 (niet 5a4b6) a4b5 – 4a4b5 = – 3a4b5 –a+a+b=b
Alle opgaven uit “het boek” maakte ik samen met de klas. Daarna had ik geen opgaven meer, dus
legde ik zelf tientallen oefenlijsten aan. Voor sommige leerlingen was zelfs dat niet genoeg …


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.