FERMAT (2)

Column 03.33 van Ad Blankestijn

De Grieks-Latijnse editie van de Arithmetica “Rekenkundige zaken” door Diophantos de Alexandrijn
omstreeks het jaar 250 geschreven en door Claude Gaspar Bachet de Mériziac in 1621 in het Latijn
vertaald en uitgebracht (zes hoofdstukken van de oorspronkelijke dertien), bood Fermat meer dan
honderd vraagstukken voorzien van een oplossing.

Fermat had de gewoonte aantekeningen in de marge van de pagina’s te maken. Die notities waren
Ik heb een heel fraai bewijs voor deze stelling gevonden.
Helaas, deze marge is te smal om het hier weer te geven.

nooit bestemd voor publicatie. Fermat beschouwde zijn wiskundige bezigheden als een liefhebberij.
Wel had hij briefcontact met grote denkers van zijn tijd: Descartes, Frénicle, Mersenne, Pascal, …
Zijn relatie met Descartes was gespannen door verschillen van mening over enkele onderwerpen
zoals de lichtbreking en de berekening van de helling van de raaklijn in een punt van een kromme.
Samen met Descartes wordt Fermat nu beschouwd als grondlegger van de Analytische Meetkunde.
Samen met Newton en Leibniz is hij ook medeontwerper van de differentiaal- en integraalrekening.

De stelling is bekend: als n > 2, dan heeft de vergelijking xn + yn = zn binnen geen oplossingen.
En waar is het bewijs ? Zie marge. Heeft Fermat deze marginale informatie voor zichzelf gemaakt ?
Het lijkt erop dat deze inlichtingen voor iemand anders zijn bestemd. Zo ja, voor wie ?

Wij kennen de kanttekening door toedoen van Clément-Samuel, Fermats zoon. Hij bracht in 1670
een speciale editie van de Arithmetica uit. Daarin zijn alle notities (48) van zijn vader opgenomen.

Het bewijs van Fermat is nooit gevonden, als het al heeft bestaan. Misschien heeft hij zich vergist,
misschien wilde hij de beroepswiskundigen van zijn tijd eens flink te grazen nemen …
De grootste wiskundigen hebben bijna 350 jaar lang naar het algemene bewijs gezocht. Het werd
in 1994 eindelijk aan de wereld getoond door de Engelsman Andrew Wiles, hoogleraar in Princeton.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.