GROTE NATUURLIJKE GETALLEN (1)

Column 03.28 van Ad Blankestijn

Iedereen herinnert zich het kinderspelletje dat erop neerkomt zo ver mogelijk te tellen: “Ik kan tot
honderd tellen.” Wat komt er na honderd, duizend, tienduizend ? Voor de Grieken was tienduizend
(muriaç) een heel groot getal, bijvoorbeeld het aantal krijgslieden in een leger. Denk aan de Tocht
van de Tienduizend, ow murioi, beschreven in de Anabasis / Qnabasiç door Xenophon / Xenofwn.

Archimedes / Qrjimhdhç (287 – 212), de grootste wiskundige van de klassieke oudheid, ontwierp
een procedure om onbegrijpelijk grote getallen weer te geven. Hij ging daarbij uit van de myriade,
het tienduizendtal, 104. Getallen tot myriade-myriade, 108, noemde hij getallen van de eerste orde.
Getallen van de tweede orde liepen tot 1016, die van de derde orde tot 1024, … Door het bundelen
van orden in perioden kon Archimedes getallen benoemen groter dan 1080, het aantal nucleonen in
het universum. Daarbij ontdekte hij regels voor het gebruik van exponenten (zoals ap × aq = ap+q).
Archimedes had zich tot taak gesteld het aantal zandkorrels te berekenen en ook te benoemen, dat
het universum zou kunnen bevatten als het daarmee zou worden opgevuld. Maar welk universum ?

In een brief aan koning Gelo van Syracuse, waarin hij zijn nomenclatuur voor grote getallen uitlegt,
maakt Archimedes gebruik van de theorie van Aristarchos van Samos. Het universum is, volgens
Aristarchos, een bol. Het middelpunt is de Zon. De straal is de afstand van de Zon tot de sfeer van
de vaste sterren. Binnen dit universum beschrijft de Aarde een heliocentrische cirkelbaan. De straal
van deze Aardbaan is verwaarloosbaar klein ten opzichte van die van het Aristarchische Heelal.
Deze theorie is ontegenzeggelijk Copernicaans, maar Aristarchos leefde achttien eeuwen voordat,
in 1543, het revolutionaire werk van Copernicus verscheen. (Aristarchos / Qristarjoç 310 – 230.)

Archimedes toont aan dat minder dan 1063 zandkorrels nodig zijn om zijn universum op te vullen,
een universum dat maar 2 lichtjaar groot is. (De moderne kosmos meet bijna 14 miljard lichtjaar.)


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.