GROTE NATUURLIJKE GETALLEN (2)

Column 03.29 van Ad Blankestijn

De klassieke oudheid wordt door het Grieks-Europese en het Indisch-Aziatische denken overheerst
wat betreft wijsbegeerte, en daarmee wiskunde. De Grieken hebben hun denkbeelden grotendeels
in Egypte en Babylon opgedaan (denk aan de reizen van Thales en Pythagoras) en deze vergriekst
tot wat, sinds Simon Stevin (1548 – 1620) in het Nederlands ‘meetconst’ werd genoemd. De term
meetkunde dateert van de 18de eeuw. Vergelijk ‘wisconst’ / wiskunde. Stevin heeft ook ‘stelconst’
als benaming voor algebra willen invoeren, maar stelkunde is nu hopeloos verouderd. Overigens is
ook het woord wijsbegeerte door de beroemde en veelzijdige Bruggenaar bedacht.

De Egyptenaren en de Babyloniërs konden de Grieken niet ver vooruithelpen bij het weergeven van
getallen. Het Egyptische notatiesysteem was weliswaar gebaseerd op tien, zoals het Griekse, maar
niet positioneel. Het Babylonische systeem was wel positioneel, maar gebaseerd op zestig. De nul
was in geen van de drie beschavingen bekend, hoewel de Babyloniërs in sommige gevallen een nul
gebruikten om een lege plaats in een getal aan te geven.

In de eerste eeuwen van onze jaartelling beschikten de Indische wiskundigen over een positioneel
decimaal notatiesysteem met de nul, maar het zou nog duizend jaar duren voordat deze uitvinding
in de westelijke wereld werd ingevoerd, via de wiskundigen van Bagdad en Toledo.
In het Sanskrit bestaan namen voor één, tien, honderd, duizend en tienduizend. In het Grieks zijn
er na murias geen afzonderlijke namen voor grotere getallen, maar in het Sanskrit gaat de rij door:
ayuta “tienduizend”, lakṣa “honderdduizend”, prayuta “miljoen”, koṭi “tien miljoen” en verder. Zelfs
vermelden oude geschriften een woord voor 1062.
Zoals de kleine Jezus (die de titel w Jristoç “de Gezalfde” zou dragen) de geleerden in de Tempel
verbaasde door zijn diepe kennis van de Tenach, zo dwong de kleine Gautama (de latere Buddha
“Ontwaakte”) bewondering af bij de brahmaanse geleerden door zijn kennis van Vedische getallen.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.