PASCAL (1)

Column 04.02 van Ad Blankestijn

Een jaar eerder had ik de toenmalige klas 3C, mijn lievelingsklas, een Pascaltje beloofd. En 4C was
dat niet vergeten. Dat bleek toen ik de naam Pascal noemde in verband met Fermat.
[Over de naam: Nederlanders hebben de neiging in Pascal de a’s ‘dof’ uit te spreken (zoals in tak),
niet ‘helder’ (zoals in taak). De ‘dikke’ Hollllandse l aan het eind moet overigens worden vermeden.]

Blaise Pascal leefde van 1623 tot 1662. Zijn vader, Étienne, een rechter met grote belangstelling
voor wiskunde, begreep al spoedig dat zijn zoon buitengewoon hoogbegaafd was. En ook zag hij in
dat hij Blaise tijdelijk moest afschermen voor de fascinerende attracties van de wiskunde. Hij wilde
dat Blaise zich eerst en vooral zou toeleggen op Latijn (de toenmalige wetenschapstaal) en Grieks.
Grieks maakte vanaf het begin van de vijftiende eeuw deel uit van de normale intellectuele bagage
die een humanist met zich meedroeg. Vader Étienne verborg alle wiskundeboeken, maar zijn opzet
mislukte doordat de leraar die Blaise lesgaf in Latijn en Grieks, met iets te veel geestdrift sprak
over Griekse wiskunde (Thales, Pythagoras, Archimedes, Diophantos, …). Zonder boek ging Blaise
nu zijn eigen wiskunde bedenken, …
Ten slotte zwichtte Étienne en hij kocht voor Blaise het beroemdste wiskundeboek van alle tijden:
De Elementen van Euklides (geschreven in Alexandrië, omstreeks – 300).

Blaise schrijft, zestien jaar oud, een korte verhandeling over kegelsneden: Essai pour les coniques.
Toen Descartes het geschrift zag, dacht hij dat Étienne het had geschreven. In dit opstel gaf Blaise
het bewijs voor de stelling die zijn naam zou dragen: de snijpunten van de overstaande zijden van
een zeshoek, ingeschreven in een kegelsnede, liggen op één lijn. L’hexagramme mystique.

Blaise vergeet niet te vermelden dat hij zijn inspiratie putte uit de theorieën van Girard Desargues
(1591 – 1661), de grondlegger van de projectieve meetkunde, voor wie hij grote bewondering had.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.