DOCENTEN (3)

Column 04.11 van Ad Blankestijn

Later op de dag ontving ik een vrouw van in de veertig. Een sigaret was het eerste wat ze wenste.
Ze had haar sigaretten thuis laten liggen. Geen probleem, ik rookte toen nog. Ze heette Sjan. Dat
is een afkorting van Sjantal, lichtte ze toe. Ze sprak die naam uit zonder nasale a en tal klonk niet
overtuigend Frans, met die doffe a en die dikke l. Twee of drie gedachten schoten door mijn hoofd:
Waarom geven Nederlandse ouders hun kinderen Franse namen als zij de uitspraak van die namen
niet goed genoeg kennen ? Waarom een zoon Jean-Paul noemen met de Nederlandse au (in dauw)
en dikke l ? En waarom spellen ouders voornamen van hun dochters als Cathérine en Marguérite ?

Te laat ontdekte ik de F die Trix in de agenda achter de naam Chantal had gezet. Haar Nederlands
klonk al te Amsterdams. Ik begon in het Frans. Ze sprak vlot Frans, dat wel, maar met het accent
van Provence. Ze legde uit dat ze Frans tijdens vele druivenoogsten had opgepikt. Welke was haar
laatste vendange ? Ze antwoordde: cinquante-six. Ik merkte op: une année désastreuse. (De vorst
in het voorjaar van 1956 vernietigde grote delen van de Franse wijngaarden).

Ze vroeg me om nog een sigaret. Inmiddels bleef ik nadenken over deze Sjantal. Ik vroeg haar of
ze voldoende kennis had van la littérature française. Maar Sjan bleek nooit gehoord te hebben van
Rabelais, en ook niet van Flaubert, Proust, Robbe-Grillet, …

Ze ontblootte haar bruinige tanden en haalde een hand door haar vettige haar, en vroeg me toen:
u denkt toch niet dat ik op deze wereld ben gekomen om te werken ?

Dat dacht ik niet. Ik vroeg waarom ze solliciteerde naar een baan als lerares Frans. Haar opleiding
daarvoor was ontoereikend, om het zacht uit te drukken. Ze antwoordde dat ze moest solliciteren,
om in aanmerking te komen voor een uitkering. Sjan vroeg om een schriftelijk bewijsstuk.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.