THALES EN WATER

Column 04.16 van Ad Blankestijn

Gedreven door de begeerte de ondergrond van al het zijnde te ontdekken, besteedden de denkers
die wij presocratici noemen, hun denkkracht aan dit probleem. De eerste die een mening uitsprak,
was Thales (zie Column 02.16). Hij verkondigde dat water de oerstof is. Sinds ik dit hoorde (ik was
toen misschien veertien) heeft het me verbaasd dat Thales deze overtuiging uitdroeg. Zeker, water
kan bij afkoeling van de vloeibare fase naar de vaste overgaan. Water gaat dan van het Waterrijk
naar het Aarderijk, en verdampt water gaat naar het Luchtrijk. Maar hoe kon water deel uitmaken
van het Vuurrijk ? Want vuur verdrijft water en water vernietigt vuur, …

Zo dwaalden de gedachten door mijn hoofd. Dat wordt weleens filosoferen genoemd, een wazig en
besluiteloos denken over van-alles-en-nog-wat. Later besefte ik dat de leer van de vier elementen
(Aarde, Lucht, Vuur, Water) in Thales’ tijd nog niet bestond. Deze theorie wordt toegeschreven aan
Empedokles, een latere denker, uit de stad Akragas (Agrigentum, nu Agrigento) aan de zuidkust
van Sicilië (Thales leefde van ongeveer 625 tot 545 en Empedokles van 490 tot 430).

In 1958 begon ik aan History of Western Philosophy van Bertrand Russell. Dit prachtige boek werd
mijn leidraad in de doolhof van de westerse wijsbegeerte. Russell: The statement that everything
is made of water is to be regarded as a scientific hypothesis, and by no means a foolish one. Want,
schrijft Russell, nog maar kort geleden was de algemene gedachte dat ‘alles’ uit waterstof bestaat,
dat twee derde van water uitmaakt …

Met verschuldigde eerbied dacht ik na, minder filosofisch dan chemisch. Waterstof is niet hetzelfde
als water. Hoewel twee van de drie atomen in een watermolecuul waterstofatomen zijn, maken die
maar een negende van de massa van dit molecuul uit. Refereert Russell hier aan de opvatting, van
vóór de ontdekking van het neutron (1932), dat atoomkernen zijn opgebouwd uit waterstofkernen ?


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.