Instituut Blankestijn in de Telegraaf: kleinschalig onderwijs

In De Telegraaf stond een mooi stuk over Instituut Blankestijn en ons kleinschalig onderwijs.

‘Alles wordt in het werk gesteld om doelen te behalen.’

‘Slagingspercentage van 95 procent.’

‘De kinderen moeten hier gaan werken.’

‘Ik heb de beste docenten rondlopen, als je dingen niet snapt, staan we met z’n allen klaar om je te helpen.’

‘Van 09.00 tot 17.00 uur worden de kinderen en scholieren bezig gehouden. Na afloop moeten ze vooral gaan hockeyen en tennissen, op tijd naar bed en fris weer op. En vakantie moet ook echt vakantie zijn.’

Telegraaf 4 april 2015

“Alles doen om doelen te behalen”

Een interview dat met huiswerk begint, zo voelt het een beetje. Frans van Heijningen, gekleed in nette pantalon en roze polo, gaat zitten en schuift drie A4-tjes tekst over de tafel. Of dat vóór het gesprek alvast gelezen kan worden, vraagt hij, en trekt zich even terug.

Nou, waarom niet, elke overbodig gestelde vraag is er immers één teveel. We lezen onder meer dat de oudste en duurste privéschool een slagingspercentage van 95 procent heeft, dat de school door zijn aderen stroomt, en dat de school naar de leerlingen toe uitermate tolerant en tegelijk heel duidelijk is.

Met een grote reünie wordt op 28 mei gevierd dat Instituut Blankestijn dit jaar een halve eeuw bestaat. Opgericht door Ad Blankestijn, voortgezet door zoon Merlijn, en sinds 2014 met Van Heijningen aan ’t roer.

Na 22 jaar rector is hij nu ook directeur en mede-aandeelhouder. Hij wil voorkomen dat investeerders met de school aan de haal gaan voor het snelle gewin. „Kijk maar naar wat bij V&D gebeurt”, zegt Van Heijningen. „Ja, die kinderen zaten ook hier op school. Allemaal.”

Aan de Oudegracht 189 staan zes scooters voor de deur, zonder uitzondering Vespa’s. Wie wil dat zijn kroost hier ongesubsidieerd ‘ouderwets-degelijk’ basis- of middelbaar onderwijs geniet, moet heel diep in de buidel kunnen tasten. Voor de basisschool: €17.500 per jaar, voor de onderbouw 25 mille, en voor een examenjaar €32.500.

Kleinschalig onderwijs

„Een godsvermogen”, zegt hij zelf. Maar de klassen zijn klein (maximaal acht leerlingen), en alles wordt in het werk gesteld om doelen te behalen. Minstens een 7 voor wiskunde bijvoorbeeld, om naar die goede universiteit in Nederland of in het buitenland te kunnen – Nyenrode kan een doel zijn. Of de laatste twee jaren in één jaar doen, een concept dat door meer privéscholen is overgenomen.

Duidelijkheid wordt er ook geboden, herhaalt de rector meermaals. „De kinderen moeten hier gaan werken. Dat moet duidelijk zijn. Tegendraads zijn heeft geen zin. En ik heb de beste docenten rondlopen.” Meteen na binnenkomst hebben de scholieren zicht op Van Heijningen, die naast de hal kantoor houdt in een kamer met glazen wand. „Ik zie ze als ze binnenkomen, en als ze weggaan.”

Dankzij de kleinschaligheid valt afwijkend gedrag meteen op. „Plagen mag, maar aan pesten heb ik een gruwelijke hekel. Dat willen ze op een gewone school ook voorkomen, maar ik zit in de comfortabele positie dat ik op alles kan letten. Als er iets speelt, zie ik dat ’s ochtend aan de gezichten.”

Zo nodig haalt hij de ouders erbij, die hij sowieso elke maand spreekt. „Als je dingen niet snapt, staan we met z’n allen klaar om je te helpen. Maar als je van de faciliteiten geen gebruik maakt, ben je raar bezig.”

Nog een belangrijk verschil met een ‘normale’ school: de ouderavonden. Die zijn voorzien van patés, kazen, „en een goed glas wijn”, in de werfkelder van het grachtenpand, van 17.00 tot 21.00 uur met kinderen erbij.

De filosofie hierachter is: kinderen mogen worden aangesproken als blijkt dat hun studie-achterstand te wijten is aan een verminderde inzet. „Maar het kind heeft ook recht om een compliment te krijgen waar de ouders bij zijn. Sterker nog: dat zie ik als een grondrecht.”

Als er een mailtje richting ouders gaat, krijgen de kinderen een cc’tje, en vice versa. Waar de ouders ter wereld (voor hun werk) ook zijn, online kunnen ze het absentierooster bekijken.

Boos wordt hij maximaal één per jaar. Uit zijn slof schieten is er niet meer bij. „Dat is een teken van zwakte.” Praten, als middel naar betere resultaten, is Van Heijningens motto. En dat praten kan indringend zijn, als het moet.

Van 09.00 tot 17.00 uur worden de kinderen en scholieren bezig gehouden. Van Heijningen motiveert ze om daarna te ontspannen. „Na afloop moeten ze vooral gaan hockeyen en tennissen, op tijd naar bed en fris weer op. En vakantie moet ook echt vakantie zijn.”

Een stukje maatschappelijke vorming krijgen de Blankestijners via het Prinses Máxima Manege in Den Dolder, een hippisch therapeutisch centrum waar kinderen met een beperking paard kunnen rijden. De scholieren helpen daar zadelen en borstelen. „Zo kunnen we ze laten zien dat er ook kinderen zijn die het wat minder getroffen hebben. Dat heeft een enorme impact op ze.”

Kleinschalig onderwijs bij Instituut Blankestijn
Rector Frans van Heijningen, foto Thijs Rooimans