‘Instituut Blankestijn was een keerpunt in mijn leven’

Ze is voor even terug op Instituut Blankestijn, waar ze drie jaar les heeft gevolgd: van 2000 tot 2003. ‘Noem mijn naam maar niet,’ zegt ze. Maar ze wil wel het verhaal over haar leven vertellen.

‘Toen ik op Blankestijn kwam, leek het hopeloos voor mij. Ik wilde gewoon niet deugen. Op het voortgezet onderwijs was ik afgezakt naar de havo, met een mavoperspectief. Ik had de derde klas niet afgemaakt. Spijbelen, drugs, noem maar op. Ik was ver heen. Mijn ouders moeten wanhopig geweest zijn.’

‘We gingen op gesprek bij meneertje Blankestijn en ik mocht op het Instituut komen. Daar was ik verbaasd over. Wilt u mij echt hebben? vroeg ik. Ja, het mocht. Ik kon een nieuwe start maken.’

Hard werken

‘Wel moest ik meteen stevig aan de bak, maar ook de docenten hebben ongelofelijk hard gewerkt om eruit te halen wat in me zat. Ik ging naar 4 havo en het jaar daarna had ik een havodiploma. Daarna heb ik vwo in één jaar gedaan.’

‘Het ging natuurlijk niet vanzelf. Als ik naar huis ga, doe ik niets meer, wist ik en daarom bleef ik studeren op het Instituut. Tot halfzeven ’s avonds, tot alles af was. Bij Blankestijn wordt er op je gelet: je wordt gezien, maar er wordt ook voorkomen dat je bijvoorbeeld zomaar het pand uit loopt, zonder dat je taken klaar zijn.’

‘Hier kreeg ik het duwtje dat ik nodig had. Dat Ad zei dat ik mocht komen – dat is belangrijk geweest. Ik voelde me geaccepteerd. En dat mijn ouders zo’n opoffering voor mij over hadden, dat zij zo’n noodsprong wilden maken.’

‘Na zo’n roerige tijd was het Instituut een superveilige omgeving voor me. Ik voelde me anders dan de andere kinderen, maar dat was geen probleem. Ik voelde me er ook goed.’

‘Achteraf besef ik dat het mijn laatste kans was en dat ik in de gelegenheid was om die te grijpen. En iedereen hielp me. Bij de docenten was er iets, wat ik nu ‘totale devotie’ zou noemen. Die mensen deugden. Dat zorgde er ook voor dat ik mijn verzet tegen alles en iedereen kwijtraakte.’

‘Ik zag zelf ook wel in dat er iets moest gebeuren. Ik weet nog dat ik nadacht over de toekomst en dat ik niks zag. Helemaal niks. Als ik nu niets ga doen, komt het niet goed, dacht ik. Ik zag oudere mensen uit hetzelfde circuit die het niet gered hadden. Dat wilde ik niet.’

‘Ja, ik heb moeten breken met mensen, maar dat moest gewoon gebeuren. Ik moest me richten op school en dat betekende dat ik het leven dat ik daarbuiten had, achter me moest laten. Maar dat kon ik wel; ik kon me overgeven aan het ritme van het Instituut.’

Beschavingsoffensief

‘Het is dankzij Blankestijn goedgekomen met mij. Ik heb niet alleen mijn studie opgepakt, ik heb hier veel meer geleerd: hoe je vis moet fileren; dat je je lepeltje niet in je cappuccino moet laten staan; dat mijn taal te grof was. Het was ook een soort beschavingsoffensief.’

‘Uiteindelijk werd ik wel een goede leerling: ik maakte veel aantekeningen en die verkocht ik zelfs. Na mijn vwo was ik klaar voor een vervolgopleiding, al was de overgang nog best lastig. In die tijd had ik bijvoorbeeld nog weinig ervaring met computers en er werd ook meer zelfstandigheid van mij verwacht.’

‘Op de Roosevelt Academy (tegenwoordig University College Roosevelt) werd ik aangenomen op mijn motivatie. De studie, arts and humanity, ging soepel, maar ik wist nog niet zo goed wat ik ermee wilde. In mijn leven heb ik altijd de wind in de rug gehad. Als ik niet te krampachtig wil sturen, komt alles goed. Ook hier rolde ik er zomaar in. Een professor nam mij onder zijn hoede en een jaar later zat ik op Nottingham University, waar ik mijn master deed: literary linguistics.’

‘Daarna heb ik vrijwilligerswerk in de jungle van Peru gedaan. Daar heb ik diepe ellende gezien. Het was een heftige en een ontnuchterende ervaring. Ik gaf in een dorpje les in Engels en Spaans, in een lokaaltje met vijftig kinderen tussen de vier en vijftien jaar.’

Vervolgens ben ik nog even in Argentinië geweest, in Bolivia, in Amerika. En toen naar huis. Ik kon nog studiefinanciering krijgen voor de lerarenopleiding. Mijn Engels was goed, zeker na Nottingham, en zo werd ik docent Engels.’

‘In het begin was het zwaar en na een jaar was ik op. Maar ik kreeg de kans te herstellen en nu werk ik alweer acht jaar met plezier en succes op dezelfde school.’

Volwassen

‘Het is goedgekomen met mij. Ik ben volwassen geworden, ik durf met overtuiging mezelf te zijn. Ik kan me op een positief kritische manier tot mijn omgeving verhouden. Pas als je o.k. met jezelf bent, kun je een goede leraar zijn.’

‘Wat ik op Blankestijn heb ondervonden, geef ik door. Juist bij leerlingen die het wat moeilijker hebben, bij wie het leven niet zo vanzelfsprekend verloopt. Ik vind ook dat ik de plicht heb om dat te doen. Ik wil investeren in hun leven.’

‘Dat is dus allemaal begonnen bij mijn tijd op Instituut Blankestijn’, zegt ze. ‘Ik heb veel te danken aan Ad en aan de docenten. Zij gaven me de kans om uiteindelijk te worden wie ik nu ben.‘