HET GRIEKSE ALFABET (4)

Column 01.11 A van Ad Blankestijn

HOOFDLETTERS

Als een woord met een klinkerhoofdletter begint, staat de spiritus vóór de hoofdletter:

Qchnai Wllaç Elektra Wppokrathç Qdusseuç Wpatia Ekeanoç

Als een tweeklank van een korte klinker en een halfklinker met een hoofdletter begint,
dan staat de spiritus, zoals gewoonlijk, op de halfklinker.
Als een tweeklank van een lange klinker (â, h, w) en de halfklinker i met een hoofdletter begint,
dan staat de spiritus vóór de hoofdletter en de i erachter (iota adscriptum):

Aqneiaç Widhç Aqgeiaç Eqkleidhç Oqdipouç Oqranoç Eideion

Vergelijk nog eens de volgende voorbeelden met a en spiritus lenis:

qnemoç Qnemoç aqx Aqx tdw Qidw

AANVULLENDE OPMERKINGEN

De letter r aan het begin van een woord draagt de spiritus asper: qhtwr “redenaar”. De naam van
deze letter wordt soms gegeven als qw rho (met misplaatste h). Hoofdletter: Qodoç (het eiland).
De letter l wordt ook lambda lambda genoemd. De namen van e, u, o, w worden uitgesproken als
één woord, met de klemtoon op de eerste lettergreep. Dat is nu eenmaal de gewoonte geworden.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.