KLAS 3C (3)

Column 01.08 van Ad Blankestijn

Lesgeven aan de gevreesde jongensklas 3C beviel me al spoedig heel goed. Tussen de klas en mij
ontwikkelde zich een zekere saamhorigheid. Ik benaderde de jongens meer als oudere broer dan
als leraar, zonder me daarvan bewust te zijn.

Ze hadden een flinke achterstand opgelopen doordat ze in de twee voorgaande schooljaren ook al
een woelige klas waren. Ik moest dus veel doen, vooral herhalen. Maar er was niet genoeg tijd om
de hele klas mee te krijgen. Er zat niets anders op dan groepjes leerlingen bij hen thuis of bij mij,
in mijn appartement, les te geven. Sommige ouders stelden me een grote ruimte ter beschikking
zodat ik heel 3C kon lesgeven, op zondagmorgen bijvoorbeeld. Ik bewaar de beste herinneringen
aan een souterrain in het Wilhelminapark. De vrouw des huizes liep onvermoeibaar met broodjes
en soep rond. En ik kon een heel hoofdstuk herhalen. Maar op zondagmiddag ging bijna iedereen
naar Kampong (grote sportvereniging in Utrecht) voor de hockeywedstrijd. Ik maakte heel 3C blij
als ik kwam kijken. Ze vonden het vooral leuk om leerlingen van andere scholen te laten zien dat
hun leraar wiskunde in een Morgan reed: ik had de MG verkocht en op de RAI een nieuwe Morgan
aangeschaft (British racing green, met een leren riem over de motorkap).

De klas ging duidelijk merkbaar vooruit. Het gedrag bij andere docenten werd redelijker. Ik kreeg
zelfs complimenten van oudere docenten. Gewoon lesgeven aan klas 3C was dus niet onmogelijk.
Vanzelfsprekend dacht ik vaak aan Bint van Bordewijk.

Maar ik begon ook te begrijpen dat veel wiskundeleraren kinderen ontmoedigen, terwijl wiskunde
een wetenschap is, die kinderen (en volwassenen) sterk kan aanspreken. De meetkundige reeks
100 + 50 + 25 + … (steeds de helft van het voorgaande getal erbij) komt niet boven de 200 uit
hoe groot het aantal termen ook wordt. Dit voorbeeld wekte grote verbazing bij 3C. En interesse.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.