AANDACHT (1)

Column 01.33 van Ad Blankestijn

Twee dagen na mijn lezing over Cantor werd ik bij de directeur geroepen. Hij vroeg me met klem
geen verdere evenementen te organiseren voor ouders van leerlingen. Ik verweerde me zwakjes
door op te merken dat het initiatief voor het Cantor-evenement was genomen door een ouder.
Het leek me beter geen gewag te maken van de uitnodiging van drie andere ouders om ook eens
bij hen thuis over die wonderlijke Cantor te komen spreken.
Hoewel ik de directeur niet helemaal geloofde, zag ik in dat ik al mijn tijd aan het voorgeschreven
(en niet zo spannende) programma moest besteden. De proefwerkweek voor de overgang van 3C
en die van 4B zou binnenkort beginnen. Ik had de stof behandeld en overhoord, maar toch …

Leerlingen zijn heel goed in staat te doen alsof ze iets hebben begrepen. Ze kijken hun leraar aan
met een belangstellende blik terwijl ze aan iets anders denken. Ze knikken en glimlachen zelfs op
het juiste moment. Ze zijn gevaarlijker dan de onverholen staarders en de om-zich-heen-kijkers.

Dit heb ik al eerder opgemerkt. Het drukte me op het begrip aandacht. Dat begrip was in de jaren
zestig nog niet ver in de onderwijswereld doorgedrongen. Aandacht voor leerlingen, bedoel ik hier.
In de jaren vijftig en zestig gaven leraren les vanaf torens, al dan niet van ivoor, zoals gebruikelijk
was in de vooroorlogse tijd. Leerlingen waren entiteiten waaraan werd lesgegeven, niet aan wie.

Er waren uitzonderingen op deze koude benadering van leerlingen, internationaal (Montessori) en
nationaal (Boeke). Onder de docenten van wie ik onderwijs heb gekregen (tussen 1945 en 1960),
waren er ook uitzonderingen. Die docenten werden “aardig” gevonden, maar zij waren niet altijd
“goede” leraren of leraressen. De “goede” docenten waren de strenge, voor wie leerlingen ontzag,
en vaak ook enige vrees, koesterden.
En wat moest ik doen ? Dat was duidelijk: een middenweg zoeken tussen aandacht en strengheid.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.