DE EERSTE EXAMENRESULTATEN

Column 01.25 van Ad Blankestijn

Het examenwerk wiskunde van klas 5B werd me ter beoordeling overhandigd. Ik stortte me erop,
een hele zaterdag en een hele zondag lang. Telefoon uit. Deurbel af. In extreme concentratie.

Voor algebra kregen zeventien van de negentien kandidaten een vrijstelling voor het mondeling:
ze hadden minimaal een 7. Ik hield er maar twee over om op het mondeling voor te bereiden.
Voor stereo waren er twaalf vrijstellingen. Van de andere zeven kandidaten waren er maar twee
met een onvoldoende: Ferdinand, door zijn gebrek aan ruimtelijk inzicht, en Johan die zijn naam
had ingevuld, maar verder niets: een 1.
Voor gonio-A.M. was het niet zo goed gegaan. Zeven vrijstellingen. Ook Ferdinand: een 8. Maar
bij de twaalf zonder vrijstelling waren er drie met een 4. Voor een eindcijfer 6 vereiste dat een 7
bij het mondeling. Gemakkelijker gezegd dan gehaald.

Het werk van mijn leerlingen werd opgestuurd naar mijn gecommitteerde, professor Strengerda.
In een bijgevoegde brief vroeg ik hem een cijfer te geven voor het stereo-examen van Ferdinand.
Zelf durfde ik dat niet. Ferdinand had in drie gevallen een fout recept gegeven voor de oplossing
van acht vragen. Ondanks de schappelijke 30%-regeling van professor Strengerda dreigde een 3
als cijfer voor het schriftelijk examen. En een 3 als eindcijfer betekende onverbiddelijk: gezakt.

Bij het nakijken van het examenwerk viel het me herhaaldelijk op dat mijn aanwijzingen gewoon
waren genegeerd. Zoals: eerst nagaan of een vergelijking wortels heeft alvorens iets te beweren
over die wortels. Of: eerst nagaan of een logaritme bestaat, of er tekenwisseling in de afgeleide
van een functie optreedt, of een positieve cosinus ook op een hoek in het vierde kwadrant slaat.
Was ik niet duidelijk genoeg ? Was ik niet streng genoeg ? Lag het aan mijn taalgebruik ?
De school die ik wilde opzetten, zou heel kleine klassen hebben zonder wegdromende leerlingen.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.