MIDDELEEUWEN

Column 02.12 van Ad Blankestijn

Klas 4B kreeg Nederlands van de heer Dormans die ik in mijn studententijd goed had leren kennen.
Hij was het die me bekendmaakte met de Indo-Europese Vergelijkende Taalwetenschap, waardoor
ik meteen werd gegrepen. Ik ontmoette de heer Dormans weer toen ik leraar op HBS F. de Munnik werd.
De leerlingen hadden van hem een goede inleiding in de mediëvistiek gekregen en spraken erover
in mijn les. Zij wilden weten wat ik over de Middeleeuwen dacht en vroegen me om aanvullingen.

Ik vertelde hoe de Middeleeuwen als een niemandsland tussen de Oudheid en de Nieuwe Tijd lagen.
Hoe die periode van 1000 jaar werd beheerst door theocentrisme en geocentrisme. Hoe de kennis
van het Grieks en de Griekse wiskunde in West-Europa was verdwenen. En hoe er een eind kwam
aan dit tijdperk door grote omwentelingen zoals de Hervorming en het Copernicaanse wereldbeeld.

Maar ook vertelde ik dat er voortdurend tegenbewegingen waren geweest, op godsdienstig gebied
(bijvoorbeeld het katharisme, omstreeks 1200) en in wetenschappelijk opzicht. Er waren geleerden
die hun tijd ver vooruit waren, maar hun moderne ideeën niet durfden te publiceren uit angst voor
excommunicatie of de brandstapel. De reformator Martin Luther werd in 1521 geëxcommuniceerd
en de filosoof Giordano Bruno werd in 1600 verbrand wegens zijn kosmologische theorieën.

De wetenschap in de Oudheid werd gedomineerd door het denken van vooral Plato, Aristoteles en
Archimedes. In de Middeleeuwen zijn er minder markante namen, maar sommige zijn overbekend:
Leonardo van Pisa (die de Indische cijfers in Europa introduceerde), Roger Bacon (die richting gaf
aan wetenschappelijk onderzoek), William of Ockham (van het scheermes), …
Een bijna onbekend voorbeeld is Nicolas d’Oresme (spreek uit: nikolaa dorrem). Deze 14de-eeuwer
zou de uitvinder van de grafiek genoemd kunnen worden. Hij deed ontdekkingen die op naam van
Descartes of Galilei kwamen te staan. En hij toonde aan dat de harmonische reeks divergent is …


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.