Omar Khayyām (1)

Column 02.04 A van Ad Blankestijn

Ô toi qui dans l’univers entier es l’objet choisi de mon cœur !
Toi qui m’est plus chère que l’âme qui m’anime, que les yeux qui m’éclairent !
Il n’y a rien, ô idole, de plus précieux que la vie:
Eh bien ! Tu m’es cent fois plus précieuse qu’elle.

Lève-toi, viens, viens, et, pour la satisfaction de mon cœur,
Donne-moi l’explication d’un problème:
Apporte-moi vite une cruche de vin, et buvons
Avant que l’on fasse des cruches de notre propre poussière.

Lorsque je serai mort, lavez-moi avec le fus de la treille;
Au lieu de prières, chantez sur ma tombe les louanges de la coupe et du vin.
Si vous désirez me retrouver au jour dernier,
Cherchez-moi sous la poussière du deuil de la taverne.

Puisque personne ne saurait te répondre du jour de demain, empresse-toi
De réjouir ton cœur plein de tristesse; bois, ô lune adorable !
Bois dans une coupe vermeille, la lune du firmament
Tournera bien longtemps, sans nous y trouver.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.