PARIJS

Column 02.06 van Ad Blankestijn

In 1960 was ik voor het eerst in Parijs. Ik leerde veel, en niet alleen Frans. Ik maakte ook kennis
met interessante personen. Een van hen was een Tunesiër die medicijnen studeerde. Hij woonde
in het veertiende arrondissement. Door hem leerde ik dat deel van Parijs kennen. De sfeer deed
aan een dorp denken. Iedereen kende iedereen.
Drie maanden later moest ik terug naar Utrecht om colleges wiskunde en sterrenkunde te lopen.

Twee jaar later schreef Mahmoud dat er een ruime kamer in zijn huis was vrijgekomen. Ik stapte
in mijn gerestaureerde rode MG-A met rechts stuur, en reed naar Parijs. De A1 was er nog niet.
Het duurde dan ook een hele dag voordat ik in het XIVe aankwam.
Ik zou op 26, rue Jonquoy gaan wonen. Mijn kamer was tot dan toe gehuurd door Guy Béart die
toen beroemd was door zijn liedje L’eau vive dat de hele dag op de radio te horen was. Un tube,
het Franse woord voor “hit”. Ik maakte kennis met hem toen hij nog wat spullen kwam ophalen.
Hij gebruikte de kamer alleen als hij zijn echtgenote wilde ontvluchten. Een nieuwe vriendin had
zijn ‘mokhok’ nu overbodig gemaakt. Mahmoud zette me aan de huur snel officieel te maken.

Een huurovereenkomst moest worden bevochten. Een paspoort was niet genoeg. Ik moest terug
naar Nederland om documenten te verzamelen. Daaruit moest blijken dat ik zowel geboren was
als goed gedrag vertoonde: bezoeken aan gemeentehuis en politiebureau van mijn geboortedorp.
Verder moest ik verscheidene aanbevelingsbrieven kunnen tonen. Om aannemelijk te maken dat
ik een betrouwbare huurder was en geen subversieve politieke activiteiten ontplooide.

Het was de tijd van de Algerijnse Oorlog: de Fransen waren gespannen. Het onwelwillende gedrag
van de ambtenaar die mijn zaak behandelde, wordt hierdoor enigszins begrijpelijk. Hoe dan ook:
terug naar Nederland. Alweer een lange tocht door Noord-Frankrijk en België.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.