STUDEREN IN BOURGOGNE

Column 02.02 van Ad Blankestijn

In het studiejaar voordat ik leraar aan de Utrechtse HBS F. de Munnik werd, had ik al een halfjaar,
met onderbrekingen, bij mijn studieadviseur Jean-François doorgebracht, in de buurt van Chablis,
ongeveer 160 km zuidoost van Parijs. Die onderbrekingen, van meestal een week, bracht ik door
in Parijs om in universiteitsbibliotheken gegevens voor mijn mémoire te verzamelen.
En ook moest ik zo nu en dan naar Utrecht om te oefenen voor mijn laatste tentamens wiskunde.

Behalve de onvermijdelijke onderbrekingen waren er twee omstandigheden waardoor mijn studie
min of meer werd vertraagd. De eerste heeft betrekking op de leefwijze van J.-F en zijn vrienden:

Copains en copines van J.-F. kwamen tegen dix-neuf heures in le centre-ville bijeen om uit eten
te gaan. Niet in een restaurant, maar in een boerderij. Niet steeds dezelfde. Het hele gezelschap
reed ernaartoe in hun Dauphine, 404, Traction of Aronde en ging aan een lange tafel zitten, vaak
met zijn twintigen. La jeunesse dorée van de streek. De boerin kookte, de boer schonk.
Zo maakte ik kennis met charcuterie, tripes, andouillettes, ris de veau, rognons sauce roquefort,
allerlei kazen waaronder chaource en allerlei wijnen waaronder, hoe kan het anders, chablis.

Ik kom niet uit een drankzuchtig gezin. Mijn vader (verzetsstrijder, in 1944 omgekomen in kamp
Neuengamme) dronk volgens mijn moeder nooit. Zijzelf op verjaardagen een glaasje zwarte wijn
uit Spanje (de naam had een accent op een letter: Málaga, Ximénez ?). Als student dronk ik bier
en soms ook sherry. Mijn belangstelling voor wijn is in de jaren zeventig ontstaan, in Nederland.
Ik moest dus nog leren leven, en vooral studeren, met de indrukwekkende hoeveelheden wijn die
’s avonds in de boerderijen werden uitgeschonken. Gemene katers remden mijn productiviteit af.
En om 12 uur volgde het onvermijdelijke déjeuner …
Als ik dan de begeleidende wijnen afsloeg, riep dat zowel meewarige als afkeurende blikken op.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.