ELEMENTEN (3)

Column 02.30 van Ad Blankestijn

De edelgassen zijn bijzondere elementen. Hun atomen koppelen zich niet tot moleculen, zoals die
van waterstof (H2), stikstof (N2), zuurstof (O2), halogenen (F2, Cl2, Br2, I2), fosfor (P4), zwavel (S8)
en vooral koolstof (een stukje zuiver diamant kan worden beschouwd als een macromolecuul).
Er zijn ook niet-metalen die met een ander niet-metaal moleculen vormen, zoals H2O, CCl4 of HCN.

De edelgassen zijn zo genoemd omdat zij ook geen moleculen met andere elementen vormen, zich
als het ware hullend in exclusiviteit. En daar loopt de beeldspraak mis. Een edelman huwt immers
gewoonlijk een edelvrouw, maar een huwelijk met een burgeres is geen zeldzaamheid. Een naam
zoals het Franse gaz rare of het Engelse inert gas is dan ook beter dan edelgas (rare “zeldzaam”,
inert ”werkeloos”). De edelgassen vormen een groep: helium, neon, argon, krypton, xenon, radon.
Al deze elementen zijn ontdekt in de jaren negentig van de negentiende eeuw. Het is duidelijk dat
helium een buitenbeentje is. Dit edelgas had helion moeten heten, naar rlioç “zon”. Helium werd
ontdekt in het zonnespectrum. Er werd aangenomen dat het een onbekend metaal betrof. Daarom
kreeg het een naam die metalig klonk, zoals natrium, kalium, …

Sinds het begin van de twintigste eeuw is het inzicht in de bindingen tussen atomen (en die tussen
andere deeltjes) met grote sprongen toegenomen. Sterk vereenvoudigd was de nieuwe zienswijze
in de leerboeken van het voorbereidend hoger onderwijs doorgedrongen. Een voorbeeld hiervan is
de uitleg van het feit dat twee atomen H een molecuul vormen en twee atomen He niet:

Een atoom He heeft twee elektronen en reageert niet met een ander atoom. Zijn energiesituatie is
dus uiterst gunstig. Een atoom H heeft één elektron, een minder gunstige situatie. Twee atomen H
die in één molecuul verenigd zijn, bezitten samen twee elektronen: de elektronenconfiguratie van
het atoom He. De situatie van een molecuul H2 is dus gunstiger dan die van twee losse atomen H.


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.