VOCATIEVEN EN IONEN

Column 03.15 van Ad Blankestijn

Leerlingen van 3A hadden mijn opmerkingen over causa (Column 03.13) en ionen (Column 03.14)
kennelijk in huiselijke kring besproken. Sommige ouders hadden een gymnasiale opleiding genoten
en herinnerden zich nog goed dat de vocativus van nomina op -us van de tweede declinatie eindigt
op -e. Voorbeelden: bij amicus “vriend” hoort amice en bij dominus “heer” hoort domine. Juristen
schrijven elkaar aan met amice en predikanten worden aangesproken met dominee. Daarbij wordt
amice op zijn Frans uitgesproken en dominee met een gesloten e die niet uit het Latijn kan komen.

De vocativus is een aandachttrekkende vorm van een zelfstandig of bijvoeglijk naamwoord en staat
als zodanig buiten het verband van de zin. Maar de vocativus verschijnt meestal toch als naamval
in de leerboeken (naamvalsvormen duiden functies in de zin aan). Hij komt ook voor in het Grieks,
vaker zelfs dan in het Latijn: filoç “vriend”, file “o vriend”; despothç “heer”, despota “o heer”.
Ongetwijfeld heeft Vespasianus de volgende dag Florus met Flaure aangesproken, maar mijn bron,
Suetonius, vermeldt dat niet direct. Voor goed begrip heb ik Flaurus gekozen:
Mestrium Florum consularem, admonitus ab eo plaustra potius quam plostra dicenda, postero die Flaurum salutavit.

Nu iets over “ion”.
In het Grieks is dit de neutrale vorm van het tegenwoordig deelwoord van het werkwoord “gaan”:
eqmi “ik ga”, qon “gaand”. Dit werkwoord betekent soms ook “varen”. De vertaling “overvaarder” is
mijns inziens dan ook beter dan “wandelaar” dat in sommige schoolboeken voorkomt. In dat geval
heeft de masculiene vorm de voorkeur: qwn “gaander”, of liever: “overvaarder”.
Het woord is in zijn wetenschappelijke betekenis ingevoerd door de beroemde Michael Faraday die
in de jaren tachtig van de 19de eeuw vermoedde dat er “iets” in een oplossing van een elektrolyt,
tijdens elektrolyse, van de anode naar de kathode bewoog. Uit dit vermoeden zou de ionentheorie
ontstaan. De basis ervan werd gelegd door de Zweedse geleerde Svante Arrhenius (1859 – 1927).


Ad-Blankestijn-column

Deze column werd geschreven door Ad Blankestijn, de oprichter van Instituut Blankestijn. Ad Blankestijn was vernieuwend. Als bevlogen onderwijsman introduceerde hij het particulier onderwijs in Nederland. In 1965 stichtte hij zijn eigen school: Instituut Blankestijn. In 2015 overleed Ad Blankestijn.

Blankestijn gaf les, voerde persoonlijk de directie en was ook vaak in het weekeinde op zijn instituut te vinden. Dat Instituut verwierf een uitstekende reputatie, met prima opgeleide medewerkers en goede examenresultaten. In 1999 bouwde Blankestijn zijn concept ‘laatste twee jaar in één‘ uit tot een volledige opleiding van klas 1 tot en met het examenjaar.
Baanbrekend was Ad Blankestijn eveneens, toen hij in 2003 als eerste begon met de particuliere basisschool.

In 2008 nam hij afscheid van zijn instituut. Hij nam zich voor om vooral veel te blijven lezen en zich te blijven ontwikkelen, een eis die hij ook aan zijn medewerkers stelde. Hij bracht zijn laatste jaren door in zijn geliefde Frankrijk en schreef toen deze columns.

Het Instituut wordt door Frans van Heijningen met de huidige medewerkers als een familiebedrijf voortgezet, overeenkomstig het gedachtengoed van Ad Blankestijn.