Onderwijs op maat: iedere leerling een eigen aanpak

ROA rapport Jongens tegen de meisjes

ROA rapport Jongens tegen de meisjes

Op 16 februari 2016 publiceerde het dagblad Trouw een artikel van Wilma van Meteren: ‘Zelfstandig werken en plannen is moeilijker voor het jongensbrein’. Het werd geschreven naar aanleiding van het  ‘De jongens tegen de meisjes’, dat hier te downloaden is. Instituut Blankestijn ziet het als een mooie aanzet, maar pleit voor onderwijs op maat.

In het MBO, HBO en WO doen meisjes het beter dan jongens. Dat zou veroorzaakt kunnen worden doordat het onderwijs na de middelbare school vaardigheden en competenties (motivatie, keuzegedrag, planning) vraagt, die bij jongens nog in ontwikkeling zijn. In het onderwijs zijn sociale en communicatieve vaardigheden belangrijker geworden en daarin hebben meisjes een voorsprong.  Van Meteren schrijft: ‘Ze [= jongens] hebben juist baat bij de klassieke aanpak van begeleiding door een docent, een centrale figuur die helpt bij het plannen en maken van opdrachten.’

Individuele aanpak

Instituut Blankestijn onderschrijft dat er verschillen zijn tussen jongens en meisjes, maar ook tussen meisjes onderling en jongens onderling, zoals de thuissituatie, andere persoonlijke omstandigheden, onderwijservaringen in het verleden, het karakter van de leerling. Bij de begeleiding van leerlingen moeten er dus niet alleen accentverschillen zijn tussen jongens en meisjes, maar zo mogelijk een individuele aanpak, om tegemoet te komen aan wat elke leerling nodig heeft.

Daarbij is de docent de centrale figuur. Bij Instituut Blankestijn heeft die altijd te maken met kleine, overzichtelijke groepen van maximaal acht leerlingen. Daardoor krijgt elke leerling individuele aandacht. De persoonlijke mentor van de leerling evalueert samen met de leerling geregeld om te zien of de aanpak nog de juiste is. Het rooster is flexibel. Als een leerling voor een bepaald vak extra uren nodig heeft, worden die ingepland. Zo krijgt elke leerling zijn eigen aanpak. Onderwijs op maat is daarbij het devies.

Het is goed om aandacht te hebben voor de verschillen tussen jongens en meisjes, maar dat is niet genoeg. Willen leerlingen succesvol zijn, dan moeten ze op specifieke terreinen ondersteund en gestimuleerd worden. Als we alleen oog hebben voor de gemiddelde jongen en het gemiddelde meisje, verdwijnt de individuele leerling. Dat laten we niet gebeuren.